Selecteer een pagina

Getalbegrip in groep 3: de basis

Door:Petra Kroon

Petra Kroon is eigenaar van De rekenhoek, leerkracht in groep 3 en auteur van rekenmaterialen en methodes. Vanuit de praktijk helpt zij leerkrachten om rekenen doelgericht en spelenderwijs aan te bieden.

8 augustus 2026

 

 

Getalbegrip is een van de onderdelen waar ik aan het begin van groep 3 bewust veel tijd voor vrijmaak. Kinderen willen graag leren rekenen en sommen maken. Een stevige basis in getallen helpt hen om dat rekenen steeds beter te begrijpen en flexibel toe te passen.

In deze blog neem ik je mee in wat getalbegrip inhoudt, waar ik aan het begin van groep 3 naar kijk en hoe je dit doelgericht verder kunt ontwikkelen.

Getalbegrip begint al vóór groep 3

Kinderen nemen bij de start van groep 3 al veel rekenervaring mee. In groep 1 en 2 hebben zij geteld, hoeveelheden vergeleken, patronen ontdekt en eenvoudige bewerkingen handelend uitgevoerd. Van Luit et al. (2025) beschrijven elementair getalbegrip dan ook breed: het gaat onder andere om tellen, hoeveelheden schatten en vergelijken, patronen herkennen en eenvoudige bewerkingen handelend uitvoeren.

Groep 3 bouwt daarop verder. Daarom vind ik de overdracht vanuit groep 2 belangrijk. Welke doelen zijn aangeboden? Welke materialen en modellen kennen de kinderen? Welke rekentaal is gebruikt? Waar liggen sterke kanten en waar zag de leerkracht nog verschillen tussen kinderen? Die informatie geeft je een waardevol vertrekpunt. Vervolgens kijk ik vooral zelf. Hickendorff en Kool (2026) adviseren om regelmatig vast te stellen wat leerlingen kennen, kunnen én denken. Observeren en vragen stellen zijn daarvoor belangrijke middelen.

In de blog Een vliegende start lees je hoe ik die eerste periode praktisch en doelgericht aanpak, met aandacht voor onder andere getalbegrip, splitsen, Starttaken, spel en materialen.

Tellen is één onderdeel van getalbegrip

Een kind dat tot 20 of zelfs tot 100 kan tellen, laat één onderdeel van getalbegrip zien. Ik wil daarnaast weten of een kind vanaf een willekeurig getal verder kan tellen, kan terugtellen, hoeveelheden kan overzien en relaties tussen getallen herkent.

Ziet een kind bijvoorbeeld dat 8 bijna 10 is? Weet het welk getal twee minder is dan 12? Kan het uitleggen waarom 17 groter is dan 14? Vraag eens om vanaf 13 verder te tellen, vanaf 18 terug te tellen of te vertellen welk getal vlak vóór 20 komt. Leg vervolgens een aantal fiches neer en kijk hoe het kind de hoeveelheid bepaalt. Daarmee krijg je veel informatie over het netwerk rondom getallen.

Bij getalbegrip kijk ik onder andere naar:

  • vooruit- en terugtellen
  • hoeveelheden bepalen en vergelijken
  • getallen ordenen
  • buurgetallen
  • één en twee meer of minder
  • de koppeling tussen getallen en hoeveelheden
  • het gebruik van de vijf- en tienstructuur
  • het ongeveer kunnen plaatsen van een getal op een getallenlijn

Ook het lezen, schrijven en verwoorden van getallen horen daarbij. Deze vaardigheden hangen met elkaar samen. Juist die samenhang maakt getalbegrip sterk.

Relaties tussen getallen zien

Een getal krijgt daarnaast steeds meer betekenis wanneer kinderen relaties met andere getallen herkennen. Neem het getal 8. Een kind kan weten hoe het cijfer eruitziet en waar het in de telrij staat. Steeds sterker getalbegrip zie je wanneer het kind ook weet dat 8 één meer is dan 7, twee minder dan 10, dat 4 en 4 samen 8 vormen, maar ook 7 en 1 en dat 8 dichter bij 10 ligt dan bij 5.

Eerst een stevige basis tot 20

In de eerste periode van groep 3 richt ik me nadrukkelijk op een stevig getalbegrip tot minimaal 20. Nieuwsgierigheid naar grotere getallen krijgt natuurlijk alle ruimte. Tegelijk blijft binnen mijn aanbod in deze eerste periode het getallengebied tot 20 en vaak ook 30 centraal staan. Richting de herfstvakantie wil ik daar een stevige basis zien. Kinderen bewegen zich steeds zekerder binnen dit getallengebied, werken met één en twee meer of minder, herkennen belangrijke hoeveelheidsstructuren en bouwen vanuit dat getalbegrip verder aan de eerste splitsingen en bewerkingen. Die investering betaalt zich later terug. 

De kwaliteit van getalbegrip binnen een kleiner getallengebied vind ik belangrijker dan zo snel mogelijk naar steeds grotere getallen gaan.

Vanuit een stevig getalbegrip wordt de stap naar splitsen steeds logischer. In Splitsen met succes lees je hoe ik die opbouw in mijn groep aanpak.

Hoeveelheden leren zien en structureren

Een belangrijk onderdeel van getalbegrip is het leren overzien en structureren van hoeveelheden. Kinderen kunnen een hoeveelheid steeds efficiënter herkennen wanneer zij gebruik leren maken van vaste structuren.

Denk aan vijf vingers aan een hand, de vaste patronen op een dobbelsteen of de vijf- en tienstructuur van het rekenrek. Een hoeveelheid van 7 kan zo worden gezien als 5 en nog 2. Een hoeveelheid van 9 als 5 en 4, of als één minder dan 10. Die manier van kijken geeft kinderen kennis die later direct bruikbaar wordt. Wie 8 gemakkelijk herkent als 5 en 3 of als 2 minder dan 10, beschikt over relaties die bij splitsen, optellen en aftrekken steeds opnieuw van waarde zijn.

Van handelen naar steeds abstracter rekenen

Concrete materialen spelen in deze fase een belangrijke rol. Kinderen kunnen hoeveelheden leggen, vergelijken, ordenen en veranderen. Fiches, blokjes, getalkaarten, vingers, het rekenrek en een getallenlijn helpen om getallen zichtbaar en bespreekbaar te maken.

De volgende stap is dat kinderen steeds beter verbindingen leggen tussen wat zij doen, wat zij tekenen of schematisch weergeven en de getallen en symbolen die daarbij horen. Hickendorff en Kool (2026) noemen het schakelen tussen concreet, schematisch en abstract een belangrijke bouwsteen van goed reken-wiskundeonderwijs. Leerlingen hebben ondersteuning nodig om die verschillende niveaus daadwerkelijk met elkaar te verbinden.  Dit kan door modelling, samen handelen, kinderen zelf representaties laten maken en hun denkstappen laten verwoorden kunnen helpen om die overgang expliciet te maken.

Daarom stel ik tijdens het werken met materiaal graag vragen als: Hoe heb je dit gelegd? Wat zie je? Kun je dezelfde hoeveelheid ook anders leggen? Kun je tekenen wat je hebt gedaan? En wat zie je in je tekening terug van het materiaal op tafel? Zo help je kinderen om de verbinding te leggen tussen wat ze concreet doen, wat ze weergeven en wat dat betekent binnen het rekenen.

In de blog Het rekenbakje laat ik zien welke materialen ik altijd binnen handbereik heb en hoe ik ze inzet tijdens de instructie.

Kijk naar hoe een kind denkt

Een goed antwoord geeft informatie. De aanpak van een kind vertelt vaak nog meer.

Daarom gebruik ik bij getalbegrip graag materiaal, een wisbordje of gewoon een leeg vel papier. Laat een kind leggen, tekenen en vertellen. Kijk of het één voor één telt, groepjes maakt, een bekende structuur gebruikt of verschillende manieren kan bedenken om dezelfde hoeveelheid weer te geven.

Vanuit die informatie kun je bepalen wat een passende volgende stap is. De ene leerling heeft nog concrete ondersteuning nodig, een andere kan al vanuit een schematische weergave werken en weer een ander kan verder met een verdiepende vraag. Daarmee sluit je aan bij wat een leerling nodig heeft.

Getalbegrip kort en regelmatig laten terugkomen

Getalbegrip ontwikkelt zich wanneer belangrijke kennis regelmatig opnieuw wordt gebruikt. Dat kan tijdens de rekenles, maar ook tijdens korte oefenmomenten verspreid over de dag en week.

Ik gebruik daarvoor bijvoorbeeld een kort rekenspel, getalkaarten uit het rekenbakje, een rijke rekenvraag of een Starttaak. De nieuwe Starttaken voor groep 3 sluiten hier bewust op aan. Starttaak begin groep 3 richt zich op de eerste schoolweken. Kinderen wennen aan een korte zelfstandige taak en oefenen onder andere met cijfer- en getalschrijven en beginnend getalbegrip. Starttaak B3-M3 bouwt daarop verder en laat belangrijke rekeninhouden gedurende meerdere weken kort terugkomen.

Zo krijgt getalbegrip niet alleen aandacht wanneer een doel nieuw wordt aangeboden. De kennis blijft actief en wordt steeds opnieuw verbonden aan andere rekeninhouden.

Meer lezen? In de blog Begin de dag met een rekentaak lees je hoe ik Starttaken inzet voor korte, gespreide herhaling.

Laat kinderen redeneren over getallen

Je kunt een eenvoudige oefening verdiepen door een vraag te stellen die kinderen dwingt om naar relaties te kijken. Daarbij hoeft de moeilijkheid niet direct te zitten in grotere getallen. Vraag bijvoorbeeld: Welke getallen liggen dichter bij 10 dan bij 5? Hoe weet je dat? Leg vier getallen neer en vraag welk getal er nog goed bij zou passen. Of vraag: Ik denk aan een getal. Het is één meer dan 8 en twee minder dan 11. Welk getal is het? Een korte vraag kan veel zichtbaar maken over wat een kind ziet en begrijpt.

Spel staat in dienst van het getalbegrip

Getalbegrip leent zich goed voor spel. Met getalkaarten kun je ordenen, vergelijken, buurgetallen zoeken of onderzoeken welk getal het dichtst bij 10 ligt. Met dobbelstenen kun je hoeveelheden herkennen en vergelijken. Op het rekenrek kunnen kinderen structuren van vijf en tien ontdekken.

Een spel werkt het sterkst wanneer het aansluit bij het rekendoel dat je voor ogen hebt. In de blog Hoe kies je een goed rekenspel? laat ik zien waar ik op let bij het kiezen van een spel en hoe je voorkomt dat het spel vooral leuk is, maar weinig bijdraagt aan het leren.

Spellenpakket Getalbegrip

Om getalbegrip regelmatig en spelenderwijs te oefenen, heb ik het Spellenpakket Getalbegrip ontwikkeld. Het pakket bevat spellen voor de getallengebieden tot 20, 30, 50 en 100. Daardoor kun je belangrijke onderdelen van getalbegrip blijven oefenen terwijl het getallengebied gedurende het schooljaar wordt uitgebreid.

Bij het pakket hoort ook een e-book met verschillende spelideeën. Daardoor kun je materialen op meerdere manieren inzetten en vanuit het doel bepalen welke werkvorm bij jouw groep past.

Aan het begin van groep 3 ligt binnen dit pakket vooral de nadruk op het getallengebied tot 20. Daarna groeit het aanbod mee met de ontwikkeling van de kinderen.

Bekijk het Spellenpakket Getalbegrip

Een stevige basis voor het verdere rekenen

Getalbegrip groeit gedurende de hele basisschoolperiode. In groep 3 wordt een belangrijke stap gezet van de informele rekenervaringen uit de kleuterperiode naar steeds formeler rekenen.

Een stevige basis betekent voor mij dat kinderen betekenis kunnen geven aan getallen. Ze begrijpen hoeveelheden, herkennen structuren, zien relaties en kunnen steeds beter uitleggen hoe zij denken. Vanuit die basis krijgen splitsen, optellen en aftrekken steeds meer betekenis. Later worden dezelfde inzichten uitgebreid naar 30, 50, 100 en verder. Daarom investeer ik juist aan het begin van groep 3 bewust in getalbegrip. Wat hier stevig wordt opgebouwd, komt in het verdere rekenen steeds opnieuw terug.

Bronnen

Essen, A., & Schoevers, E. (2024). Wat zijn effectieve interventies om kleuters voor te bereiden op rekenen op papier? Kennisrotonde, Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

Hickendorff, M., & Kool, M. (2026). Leidraad betekenisvol en doelgericht reken-wiskundeonderwijs in groep 3-8. Nationaal Kennisinstituut Onderwijs.

Van Luit, H., Schoevers, E., Keijzer, R., De Krosse, J., & Wiekema, L. (2025). Leidraad betekenisvol en doelgericht reken-wiskundeonderwijs in groep 1-2. Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

Misschien vind je dit ook interessant…

Een vliegende start

Een vliegende start

Welkom terug in het klaslokaal! Het nieuwe schooljaar staat voor de deur. In dit blogbericht deel ik praktische tips...

1 minuut rekenen

1 minuut rekenen

Automatiseren vraagt om oefening. Niet af en toe een keer, maar regelmatig en doelgericht. Zeker in groep 3 werken we...

Een stevige rekenstart in januari

Een stevige rekenstart in januari

Na de kerstvakantie heb ik altijd vaak de neiging om flink door te stomen. De toetsperiode komt eraan, de planning...