Getalbegrip is een belangrijk rekenonderdeel in de onderbouw. Door getalbegrip leren kinderen de waarde van getallen en de onderlinge relaties daarvan te herkennen.

Wat valt onder getalbegrip?

  • Verder tellen en terug tellen
  • Buurgetallen: kleine buur en grote buur.
  • Vergelijken van getallen: meer, minder en evenveel
  • Hoeveelheden overzien
  • Getallen van klein naar groot
  • Liggen getallen dichtbij elkaar of ver van elkaar af?
  • Tellen in spongen van 2, 5 en 10
  • Getallen goed lezen, uitspreken en schrijven.

Spelletjes voor in de klas

In de klas ben ik heel regelmatig bezig met getalbegrip. Hieronder beschrijf ik een aantal spelletjes die het bij mij in de groep goed doen. Het enige wat je nodig hebt is een stapel getalkaarten in het getalgebied waarmee je wilt oefenen. Wat ook leuk is om schelpen of andere voorwerpen te nummeren. 

Tweetallen – van klein naar groot race

Geef elk tweetal een stapel getalkaarten. Na je startsein leggen alle tweetallen de getalkaarten zo vlug mogelijk van klein naar groot. Is het goed? Dan krijg je een nieuwe stapel. Welk tweetal lukt het als eerst om 3 stapels goed te krijgen? Of wie lukt het met steeds meer kaarten?

Klassikaal

Ieder kind krijgt een aantal getalkaarten. Hier zijn diverse klassikale activiteiten mee te doen. Deze spellen zijn natuurlijk ook goed in te zetten bij een lager getalgebied. Te denken valt aan:

  • Pak het grootste getal.
  • Pak het kleinste getal.
  • Leg van klein naar groot.
  • Welk getal zit er tussen de 30 en 40. Welk getal tussen de 50 en 60.
  • Kies één getal en schrijf de buurgetallen op. Laat je (schouder)maatje raden welk getal je hebt gekozen.
  • Wie heeft (toevallig) het buurgetal van 56? Laat maar zien.
  • Kies één getal. Ga met de hele klas van klein naar groot staan. 
  • Kies één getal. Ga op de juiste plek staan (denkbeeldige getallenlijn in de klas). Wie kan het getal raden?
  • Neem al je getalkaarten mee. We lopen door de klas op muziek. Staat de muziek stil dan zoek je een maatje. Spreek met de klas af hoe je kunt winnen: wie het grootste getal heeft of wie het kleinste getal heeft of wie het dichtstbij de 50 zit of … Degene die dat heeft mag de kaarten hebben. Je gaat net zolang door tot de muziek weer aan gaat.

Bestaande spellen of projecten

Getalbegrip kan je op diverse manieren oefenen. Met bovenstaande spelletjes in de klas, maar ook met bestaande projecten of spellen. Hieronder beschrijf ik een aantal favorieten. 

De rekenhoek – thema zomer

Download hier 3 zomerse spellen rondom getalbegrip tot 100. 

Wil je nog meer zomerse rekenspellen? Kijk dan hier! (tot 1 juli 2020 voor 2,95). 

Het 100 dagen rekenproject

Een prachtig project van Slimme Kleuters is het 100 dagen rekenproject. Elke schooldag stop je een rietje in een beker. Zitten er 10 rietjes in de beker van de eenheden, dan gaat dit groepje als bosje van 10 naar de tientallen. Je hebt dan 1 tiental en 0 eenheden, dus 10. Op deze manier zien de kinderen de getallen tot 100 ontstaan. Op de 100e schooldag vier je natuurlijk feest.

Tip: ga nog tien dagen verder met het tellen van de schooldagen. Zodat de kinderen inzien dat 101 eigenlijk 100 en 1 is en niet 1 honderd. Het verschil tussen 101 en 110 kan je daarnaast duidelijk maken.

Lees ook: 100 dagen feest!

Rondje Rekenspel 

De site Rondje Rekenspel heeft allerlei rekenspellen bedacht die goed te gebruiken zijn rondom getalbegrip. Op de website kan je filteren op domein of groep. Hieronder benoem ik twee spelletjes.

Catch

Bij het spel catch gaat het er om dan de leerlingen het eerst omgedraaide getal vangen. Het is de bedoeling dat ze een getalkaart lager dan het getal en een getalkaart hoger dan het getal omdraaien. Is dit gelukt? Dan krijgt die speler de drie kaarten. Lukt het niet, dan moeten de kaarten weer omgedraaid worden en wordt er een nieuw startgetal omgedraaid. Het startgetal wordt omgedraaid door degene die de ronde niet speelt.

Dichtst erbij

Iedere deelnemer heeft een stapel kaarten. Wie het dichtst bij het startgetal zit wint alle kaarten. In het geval van de foto is 7 het startgetal. 8 ligt er het dichtst bij. Degene met 8 wint alle kaarten. Variant op dit spel: wie heeft het grootste of het kleinste getal.

Met Sprongen Vooruit

Ook de spellen van Met Sprongen Vooruit zijn goed in te zetten bij getalbegrip. Denk hieraan de dienaren van de koning (tellen tot 130), straatje maken van 4 getallen en gok een hok (tot 60 of 100). 

Buiten oefenen

Getalbegrip leent zich er ook heel goed voor om buiten te oefenen. Lees mijn blog naar buiten!

Ook op mijn Instagram-pagina plaats ik regelmatig tips voor buitenspel. 

 

Getalbegrip tot 100
Getagd op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *