Automatiseren en memoriseren

Automatiseren en memoriseren

 Automatiseren is in groep 3 al een belangrijk aandachtspunt. Hiervoor zijn er verschillende drempels te nemen. In deze blog beschrijf ik het verschil tussen automatiseren en memoriseren, hoe je dit inzichtelijk kunt krijgen en lees je welke sommen geautomatiseerd moeten zijn.

Verschil automatiseren en memoriseren

Er is een verschil tussen automatiseren en memoriseren. Bij automatiseren is het toegestaan om een som met 1 tussenstap uit te rekenen of om gebruik te maken van een strategie of somtype. Denk hierbij aan verwisselsom, bijna-verdwijnsom of juist het aanvullen tot 10. Wel binnen een bepaalde tijd (max. 5 seconden).

Bij memoriseren is die stap niet meer toegestaan. De kinderen moeten direct in staat zijn om het goede antwoord te benoemen (max. 2 seconden).

Het rekenmuurtje van Bareka

Rekenen is een stapel vak. Je bouwt het rekenen steen voor steen op. Mist er een steen in het fundament door onvoldoende (vlotte) beheersing, dan mist er een goede rekenbasis. Dit komt meestal in de midden- en bovenbouw tot uiting bij complexere sommen.

Dat rekenen stapelbaar is, is inzichtelijk gemaakt met het rekenmuurtje van Bareka. Het rekenmuurtje is opgebouwd uit fases en drempels. Iedere laag (fase) bestaat uit allerlei bakstenen. Elke baksteen staat voor een som type of getalbegrip. Een aantal stenen zijn heel belangrijk. Dit zijn de drempels die genomen moeten worden. In groep 3 is drempel 1 een belangrijke. Dit zijn de plus-, min- en splitssommen tot 10. In groep 4 komen daar drempel 2 (getalbegrip tot 100) en 3 (bewerkingen over het eerste tiental) bij.

Het is van belang dat eerst drempel 1 is geautomatiseerd. Wanneer je de toetsen van Bareka gebruikt zie je dat aan een donkergroene steen in het muurtje. Wanneer dit het geval is kan het kind verder met de volgende drempel of een nieuwe fase. Op deze manier zorg je ervoor dat er geen hiaten ontstaan. 

Fase 1a staat voor groep 3 en fase 1b komt daarbij voor groep 4. Wanneer je goed kijkt in onderstaande afbeelding van het rekenmuurtje zie je dat er in deze fases al een aantal drempels te nemen zijn.

 Het rekenmuurtje geeft inzicht in de kennis van de leerlingen op power (beheersen ze het – tempo niet belangrijk) en speed (lukt het ook snel en is het geautomatiseerd). De meeste nieuwe rekenmethoden hebben het rekenmuurtje verwerkt in de aanpak rondom automatiseren.

Wij werken nu al een aantal jaar met het rekenmuurtje. Het geeft ons veel houvast en inzicht hoe het automatiseren ervoor staat. Daarnaast zijn er veel mogelijkheden qua toetsing. Kijk vooral eens op de site van het rekenmuurtje om er meer over te weten te komen. 

 Wanneer welke drempel?

Aan het eind van groep 3 moeten de drempels 1a, 1b en 1c geautomatiseerd zijn. Dit zijn dus alle plus- en minsommen tot 10 en de splitsingen tot 10. Begin groep 4 moet dit gememoriseerd zijn. Zelf oefen ik de splitsingen van 10 heel veel aan het begin van groep 3. Het is een mooi streven om de splitssommen al in het midden van groep 3 geautomatiseerd te hebben. Dit scheelt weer tijd aan het einde van groep 3.

In groep 4 moet volgens het rekenmuurtje drempel 1, 2 en 3 in het midden van groep 4 geautomatiseerd zijn. Bij drempel 3 zijn dat de sommen die over het eerste tiental gaan (14 – 7 en 8 + 6). Dit is echt een pittige drempel om te nemen! Het is van belang dat deze drempel eind groep 4 geautomatiseerd is. Begin groep 5 moeten deze sommen gememoriseerd zijn.

 Oefenen en tijd inruimen voor het automatiseren is dus ontzettend belangrijk. Ik schreef al een blog over de manieren waarop je kunt automatiseren. Deze kan je hier vinden.

Automatiseren en memoriseren

Manieren van automatiseren

Bij het lezen is er over het algemeen dagelijks tijd en ruimte voor het herhalen van de letters en de woorden. Bij het rekenen is het automatiseren net zo belangrijk. Het automatiseren is belangrijk om eventuele rekenproblemen in de bovenbouw te voorkomen. In deze blog laat ik een aantal manieren zien hoe ik het automatiseren van de rekenleerstof in groep 3 aanpak.

Lees hier meer over automatiseren en memoriseren. 

Werkboek of werkbladen

Wanneer je me wat langer volgt weet je dat ik liever niet met werkboeken werk. Echter voor het automatiseren maak ik een uitzondering. Na de herfstvakantie introduceer ik een (automatiseer)werkboekje waarin de kinderen kennis maken met het op papier werken.

Het ideale werkboekje heb ik nog niet gevonden. Vaak maak ik aan het begin van het jaar zelf werkboekjes waarin de leerstof van een voorgaande periode terugkomt. Hiervoor maak ik gebruik van diverse websites waarin je kant-en-klare werkbladen kunt uitprinten, ik maak gebruik van kopieermappen (Met Sprongen Vooruit, Maatwerk of werkbladen die bij een rekenmethode horen) of ik maak de werkbladen zelf.

Vanaf januari krijgen de kinderen een echt werkboek met sommen. Hier werken ze regelmatig 10 minuten achter elkaar in. De kinderen die nog niet zo ver zijn krijgen op dat moment extra instructie om de rekenleerstof onder begeleiding te oefenen. We racen ook wel eens door de sommen: even 2 minuten op je allersnelst sommen maken.  

Spelenderwijs automatiseren

Er zijn verschillende manieren om spelenderwijs te automatiseren. Natuurlijk denk ik hierbij aan diverse (bord)spellen die op de markt zijn. Ik maak zelf veel gebruik van mijn eigen spellenpakketten. Zo zet ik mijn spelborden in om de sommen te oefenen, maar maak ik ook veel gebruik van de flitskaartjes van de splitsingen en de sommen. Deze kan ik bij veel spellen inzetten, zo zijn de kinderen doelgericht bezig.

Bij het automatiseren wil je natuurlijk dat de kinderen veel sommen in korte tijd weten te beantwoorden. Om de tijdsdruk op te voeren kan je zandlopers of timers inzetten. Wanneer kinderen bij een (bord)spel een som of splitsing moeten oplossen kan je de regel toevoegen: los zoveel mogelijk sommen binnen de tijd van de zandloper op. Die somkaartjes mag je houden of zoveel punten heb je verdiend. Een kleine wijziging aan het spel, maar zo voeg je eenvoudig het element tijd toe in het rekenspel. 

Spellen

Er zijn ook heel veel spellen op de markt die goed in te zetten zijn in de rekenles en thuis. Denk maar aan Regenwormen, Yahtzee en Qwixx. Spellen waarbij veel uitgerekend mag worden. Daarnaast werken de Drempelspellen en de spellen van MSV ook goed om het automatiseren op gang te helpen. Waarbij deze het voordeel hebben dat ze ook per drempel in te zetten zijn, zodat ze ondersteunend kunnen werken bij het rekenmuurtje van Bareka.

Coöperatieve werkvormen

Naast bordspellen kan je ook spelenderwijs automatiseren door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen. Er zijn diverse in te zetten: denk maar aan mix en ruil, binnen- en buitenkring of de rotonde. Allemaal werkvormen die ook voor het automatiseren nuttig zijn. Zelf gebruik ik hier vaak de splits- of somkaartjes voor. Iedereen krijgt een kaart en zoekt zoveel mogelijk klasgenoten op om de sommen op de kaartjes te oefenen.

Maar ook met de vingers kan er veel geoefend worden, bijvoorbeeld in de binnen- en buitenkring. De binnenkring flitst een getal op de vingers, de buitenkring moet dit aanvullen tot een van tevoren afgesproken getal tot 10. Of de binnen- en buitenkring flitst tegelijkertijd een vingerbeeld en je krijgt een punt wanneer het samen 10 is. De rotonde is weer leuk om met een groepje zoveel om de beurt mogelijk sommen te benoemen die samen 1 zijn of samen 10. Of om alle splitsingen op te noemen van 7.

Foto 1: bewegend automatiseren. De één zegt een som en de ander springt op het goede antwoord. Foto 2: coöperatieve werkvorm mix en ruil met de splitsingen. Foto 3: met dobbelstenen kan je ook automatiseren. Gooi 2 dobbelstenen en zeg zo snel mogelijk hoeveel het samen is. 

Bewegend automatiseren

Een aantal coöperatieve werkvormen vallen ook onder bewegend automatiseren. Lopen door de klas en in beweging zijn door sommen op te lossen. Bij het bewegend automatiseren is er echter nog veel meer mogelijk. Denk maar aan al die jog- en beweegfilmpjes die er online zijn. Heb je die van mij al gevonden op YouTube? Je kunt de hele tijd joggen, maar dat is helemaal niet nodig. Je kunt meerdere bewegingsvormen toevoegen, namelijk: op één been staan, jumping jacks, stappen op de plaats, knieheffen, je linkervoet optillen en met je rechterhand aanraken, etc.

Wil je nog meer leuke beweegtips voor het automatiseren? Mijn gratis e-book bewegen en rekenen kan je hieronder downloaden.

Geld: dobbelspel samenstellen van geld

Geld: dobbelspel samenstellen van geld

Om het samenstellen van bedragen in te oefenen heb ik een dobbelspel ontworpen. Het spel is geschikt voor groep 3 en 4. Na een korte uitleg kunnen de kinderen er zelfstandig mee aan de slag.

Het dobbelspel

Vanwege de verschillende gelddoelen (methode en de tussendoelen van de SLO) heb ik ervoor gekozen om meerdere varianten van het dobbelspel te maken. Hieronder een korte samenvatting van elke speelkaart.

Spel 1: verzamel dieren

Bij dit spel gaat het om het verzamelen van dieren. Je oefent het samenstellen van bedragen tot 100 euro. Als je bij dit spel 1 gooit heb je extra mazzel, want dan krijg je twee munten!

Spel 2: spullen uit de dierenwinkel

Dit spel heb ik verdeeld in twee niveaus. Met beide kaarten oefen je het samenstellen van bedragen tot 50 euro. Het verschil zit hem in het gebruik van de 50 cent. Deze zit alleen in spel 2A. Je stelt bij deze kaart ook bedragen samen waarin 50 cent zit verwerkt. Denk aan €3,50 of €6,50.

Wil je het spel zonder de 50 cent spelen? Gebruik dan spel 2B.

Spel 3: snoep kopen

Bij het laatste spel gaat het om het samenstellen van bedragen tot 60 eurocent. Dit onderdeel wordt gevraagd in de methode Pluspunt 3, blok 10.

Spelregels en het spel

Download het dobbelspel om bedragen samen te stellen!

De spelregels vind je in het document. Wees vrij om je eigen regels toe te passen. Wat werkt voor jouw groep, werkt toch het prettigst.

Het je geen speelgeld in de groep? Maak dan gebruik van deze printbladen.

Veel speelplezier!

Meer oefenen rondom geld? Speel het thema dieren geldspel

Nationale buitenlesdag 2019

Nationale buitenlesdag 2019

Dit weekend ben ik weer druk bezig geweest met de voorbereidingen van de nationale buitenlesdag. De groepen 1 t/m 3 van mijn school doen voor de tweede keer hier aan mee. Dit jaar is de buitenlesdag op dinsdag 2 april.

Jantje Beton en de IVN

De nationale buitenlesdag is een initiatief van Jantje Beton en de IVN. Op deze dag is het de bedoeling om zoveel mogelijk buiten les te gaan geven. Goed voor de leerprestaties, maar ook gewoon heel leuk om te doen. Iets waar ik het helemaal mee eens ben!

Aanmelden

Een aantal weken geleden heb ik onze school aangemeld voor de buitenlesdag van dit jaar. We hebben enige tijd later een link ontvangen naar de buitenlesbundel van 2019. De ideeën van 2018 staan ook nog online. In deze bundel staan per bouw, drie buitenlesideeën. Voor elke bouw is er in ieder geval een taal- en rekenopdracht.

Aanmelden kan via de site van de buitenlesdag.  

Rekenen tijdens de buitenlesdag

Tip: zorg voor genoeg stoepkrijt!
Afbeelding van McElspeth via Pixabay

Tijdens de editie van 2018 ben ik gefilmd door RTV Drenthe. De reportage hiervan is op Facebook gekomen. Kijk dit hier terug! Tijdens de buitenlesdag van 2019 ga ik de volgende rekenopdrachten doen:

Uit de buitenlesbundels

Klokkijken

In de bundel staat bij de groepen 3 en 4 een rekenactiviteit rondom klokkijken, namelijk hele en halve uren. Een leuk spel, wat zeker geschikt is voor mijn groep 2-3. Toevallig heb ik een aantal weken geleden een les klokkijken gezamenlijk gedaan. Groep 2 moest bijvoorbeeld aangeven tussen welke getallen de wijzers staan, groep 3 moest de tijd benoemen. Natuurlijk waren er ook groep 2 leerlingen die goed mee konden doen met het benoemen van de tijden. Nu gaan we daar buiten verder mee oefenen.

Buitenbingo

Uit de buitenlesbundel van 2018 komt het idee van buitenbingo (groep 1/2). De leerlingen gaan dan oefenen met het optellen van twee dobbelstenen. Er worden eigen bingokaarten gemaakt met getallen tot 12. Groep 3 kan ervoor kiezen om te werken met drie dobbelstenen. Wie heeft als eerst al zijn getallen bij elkaar gegooid?

Beschrijven van routes

De lessen meetkunde staan deze periode in het teken van lokaliseren en routes. Het komt voor ons dus heel goed uit dat daar ook een opdracht over te vinden is, namelijk ‘spoorzoeken‘. De leerlingen gaan oefenen met het leggen en volgen van een route van A naar B.

Eigen invulling

In mijn blogs naar buiten! en naar buiten deel 2 stonden al allerlei activiteiten rondom getalbegrip: buurgetallen, het springen van getallen en tekenen op de getallenlijn. Hier ga ik mee verder, maar ik maak dit keer een combinatie van allerlei onderdelen.

Getalbegrip

Via de Instagram pagina van Doe Vrijdag kwam ik op het volgende idee.

Iedereen pakt een getalkaart (groep 2 tot 20/30, groep 3 tot 100). De leerlingen springen naar dit getal. Groep 3 doet dit in sprongen van 10 en huppen van 1. Groep 2 maakt huppen van 1. Als ze het getal gesprongen hebben schrijven ze het getal op (groep 2) of tekenen ze de sprongen op een getallenlijn (groep 3). Is dat gelukt dan lopen ze naar de hoepels en tellen (al springend) verder. Daarna mag een nieuw getal gepakt worden.

Memory estafette

Vorig jaar heb ik tijdens de buitenlesdag ook memory gespeeld in de vorm van een estafette. De leerlingen moesten het getal en de getallenlijn bij elkaar zoeken. Dit spel heb ik toen zelf gemaakt en goed bewaard.

Spel met de insteekhoezen

Op het plein liggen allemaal insteekhoezen met getallen er op. De kinderen pakken een kaart en gaan op zoek naar de goede hoes.

Groep 2: getalbeelden oefenen

De kaartjes met diverse hoeveelheden en getallen (vingers, smileys, dobbelstenen, klokken, e.d.) moeten naar het goede getal gebracht worden. Ik gebruik hiervoor het spel MEP. Maar ik leg ook de opdrachtenkaarten uit het spel alle tien gezien klaar. Dit zijn kaartjes met de getallen 1 tot 10, maar één cijfer ontbreekt. Dit laatste spel (inclusief kaartjes) vind je hier.

Groep 3: automatiseren van sommen

Diverse somkaartjes moeten naar het goede antwoord gebracht worden.

Uit verhouding

Aan het eind van de nationale buitenlesdag gaan we alvast voorbereidend aan de slag voor de Grote Rekendag. Zie de blog die ik voor Juf Maike schreef. Ik laat de leerlingen foto’s maken die uit verhouding zijn.

Veel plezier allemaal met het buiten lesgeven!

Oefenen met de splitsingen

Oefenen met de splitsingen

Het beheersen van de splitsingen tot en met 10 is essentieel. Ik probeer de splitsingen daarom met grote regelmaat te oefenen.

Oefenen met splitsen

In de loop van de jaren heb ik heel wat materialen verzameld die te gebruiken zijn rondom het splitsen van getallen. Hieronder volgen enkele spellen en materialen die te gebruiken zijn.

iPad en splitsen

Wij hebben in de klas voor iedere leerling een iPad. Wij zetten de iPad dus regelmatig in. Ik gebruik vaak Gynzy, Squla of Ambrasoft.

Splitsen op de iPad

Jomathic en de splitshuizen

Over Jomathic heb ik al een keer een blog geschreven. Het blijft één van mijn favoriete materialen om met splitsen bezig te zijn.

Jomathic is ook goed te gebruiken i.c.m. splitshuizen. Zo kunnen de kinderen controleren of de splitsing klopt. Stapel de 1 en 4 op elkaar en dan is het even groot als de 5.

Jomathic en de splitshuizen

Splitsmachine

Als je een beetje handig bent of je kent iemand die een beetje handig is kan je vrij eenvoudig je eigen splitsmachine maken. Gelukkig heb ik een heel handige vriend en die heeft mijn eigen splitsmachine gemaakt.

Tip: laat ze opschrijven wat de splitsingen zijn. Ik leg er altijd rekenpapier bij. Vraag die je kunt stellen is: welke splitsing heb je nu nog niet gehad? Een variant: dek één kant af en laat een leerling bepalen hoeveel er onder het kleed ligt. De mogelijkheden zijn eindeloos!

Je kunt de leerlingen zelf ook een splitsmachine laten maken, met bijvoorbeeld wc- of keukenrollen. Of kant-en-klare splitsbakjes aanschaffen bij je schoolleverancier.

Splitsbordjes

Ben je niet zo handig? Je hebt ook van die plastic bordjes met 3 vakken. Deze zijn ook goed te gebruiken bij het splitsen van getallen. Ik gebruik daar vaak splitskaartjes bij. De leerlingen kunnen dan met bijvoorbeeld knikkers de splitsing nabootsen.

Voorbeeld: je moet 8 verdelen in 5 en … Je legt de opdrachtkaart in een vak. Je pakt de benodigde knikkers, in dit geval 8. Je legt er 5 in een leeg vak. Hoeveel heb je er over? Leg dat neer in het overgebleven vak. Wat is nu de splitsing? Laat ze dit opschrijven of schematisch weergeven (in het begin van groep 3).

Spelletjes om het splitsen te oefenen

In mijn winkel heb ik voor elke splitsing een splitspakket gemaakt. Vol met bordspellen, flitskaartjes en rekenkleurplaten.

Via de site van Rondje Rekenspel zijn er veel rekenspellen beschikbaar. Hier zitten ook splitsactiviteiten bij. Je kunt ook spellen kant-en-klaar kopen. Denk dan aan de drempelspellen of Met Sprongen Vooruit. Ik ben heel enthousiast over deze spellen en zet ze vaak in tijdens mijn lessen.

Voorbeelden van de drempelspellen:

  • Duo Zes & Zeven
  • Duo Acht & Negen
  • Duo Tien
Spelletjes om het splitsen te oefenen.
De rode kaarten horen bij het spel Duo Zeven. Op de foto ook nog een ander splitspel (bingo – voor – 2). Op internet in vele varianten te vinden.

Voorbeelden van Met Sprongen Vooruit:

  • Verliefde-harten memory
  • Samen 5
  • Splitsmemory

Splitspakketten van de rekenhoek

In mijn eigen winkel staan ook heel veel leuke splitspakketten. Hieronder staan ze afgebeeld: