Selecteer een pagina
9x spelletjes met dobbelstenen

9x spelletjes met dobbelstenen

Ik ben een groot fan van dobbelstenen. In de klas heb ik een grote voorraad met allerlei soorten dobbelstenen. De dobbelsteenkoffer is ook een veelgebruikte koffer bij ons op school. De aanschaf zeker waard. Met dobbelstenen kan je in de rekenles zoveel doen! In deze blog 4 spellen op een rij en ik sluit af met 5 dobbelsteenspelletjes in een download. Veel dobbelsteenplezier!

Spel 1: Speel de stenen weg

Twee spelers starten met 10 voorwerpen. In dit voorbeeld gebruik ik stenen, maar het kan van alles zijn. Denk aan kralen, schelpen, blokjes of fiches. Beide spelers gooien tegelijkertijd met twee dobbelstenen. Wie het meest gooit wint één steen van de ander. Gooi je evenveel? Dan wint niemand een steen.

Maar… gooit iemand een dubbele? Dan telt de worp van de ander niet meer mee. Ook al had de ander meer gegooid. De speler met de dubbele wint 2 stenen. Zijn er in één ronde twee spelers die een dubbele gooien? Dan wint degene die het meest heeft gegooid en pakt 2 stenen van de ander. Een dubbele is bijvoorbeeld 2 en 2 of 6 en 6.

Wie als eerst alle stenen van de ander wegspeelt heeft gewonnen.

Variatie:
  • Speel met 3 dobbelstenen
  • Speel voor het minste aantal. Het is dan ook mogelijk om er minsommen van te maken.
  • Speel met dobbelstenen met andere aantallen, denk aan de dobbelstenen met 10 vlakken.
Spel 2: Wie heeft de meeste sterren?

Iedere speler krijgt twee dobbelstenen. Gooi tegelijkertijd met de dobbelstenen. Alle spelers schrijven de som en het totaal op een eigen stuk papier. Degene die het meeste heeft gegooid zet een cirkel om het getal en een ster of kruis ernaast. Zijn er meerdere spelers met hetzelfde totaal? Dan volgt er alleen een cirkel. De speler die aan het eind de meeste sterren heeft is de winnaar. Is er een gelijkstand? Dan kan er nog gekeken worden naar het aantal cirkels. Het laatste is met name mogelijk wanneer je met meer dan 2 spelers speelt. 

Het noteren van de antwoorden kan gewoon op een A4-papier of wisbordje. Maar voor degene die liever een printblad gebruiken is deze download.

Variatie:
  • Speel met meerdere dobbelstenen.
  • Speel voor het minste aantal. Het is dan ook mogelijk om er minsommen van te maken.
  • Speel met dobbelstenen met andere aantallen, denk aan een dobbelsteen met tientallen.

 

Spel 3: Gooi alle dobbelstenen op hetzelfde getal

Iedere speler krijgt 5 dobbelstenen. Van tevoren spreken de kinderen af op welk getal elke dobbelsteen moet komen. Na het aftellen probeert iedereen zo snel mogelijk alle dobbelstenen op het afgesproken getal te krijgen. Dit kan alleen door te gooien. Alle dobbelstenen die al op het goede getal liggen mogen aan de kant gelegd worden. Degene die als eerste alle dobbelstenen op het afgesproken getal heeft is de winnaar.

Variatie:
  • Spreek een totaal af waarop de dobbelstenen moeten komen. Bijvoorbeeld: degene die als eerst precies 20 punten heeft met alle dobbelstenen is de winnaar.

 

Spel 4: Omcirkel het aantal

Geef iedere speler een blad met stippen of hokjes. Gooi met de dobbelstenen. Kleur net zoveel hokjes in op het blad of omcirkel net zoveel stippen. Voor het gemak hier een download om te gebruiken. 

5x spelletjes met twee dobbelstenen

En voor degene die nog meer spelletjes willen spelen heb ik een gratis download gemaakt met printbladen om direct te gebruiken. Download hieronder de spelletjes!

Wil je nog meer dobbelsteenspelletjes? In de winkel is het volgende pakket beschikbaar:

Boerderij en rekenen

Boerderij en rekenen

In deze blog gaat het over thema de boerderij en rekenen. Er staan diverse ideeën, filmpjes en gratis downloads! Aangezien ik nu met het thema bezig ben kan het zijn dat deze blog nog aangevuld wordt. 

Automatiseren van de sommen

Aan het eind van groep 3 is het belangrijk dat de sommen tot 10 en de splitsingen tot 10 geautomatiseerd of zelfs gememoriseerd zijn. Om extra te oefenen heb ik het spel Race je blad vol een boerderijtintje gegeven. Hieronder kan je het spel downloaden. De spelregels staan in het originele spel. Deze vind je hier

Voor het automatiseren heb ik ook twee beweegfilmpjes gemaakt. Eén speciaal voor de sommen tot 10 en de splitsingen. Het andere filmpje gaat ook in op andere rekengebieden.

Boerderij bouwen

In de klas heb ik de kinderen een eigen boerderij laten ontwerpen met Kapla en boerderijspeelgoed. Van het eindresultaat hebben de kinderen met een eigen iPad een foto gemaakt. Zowel van het bovenaanzicht en van meerdere zijaanzichten. Van het bovenaanzicht maken we uiteindelijk een plattegrond. De foto’s en de plattegrond komen in een folder van de boerderij. Want er is misschien wel een winkel, speeltuin, camping of winkel waar je reclame voor wilt maken. Hier werken we de komende weken als eindproduct naar toe.

Met de plattegrond doen we allerlei rekenactiviteiten. Denk maar aan lokaliseren of routes lopen. De één vertelt een route, de ander loopt de route. Denk aan: De boer staat bij de stal. Hij loopt via de kippen naar de koeien. Hierna wisselen.

Blue-bot

Wanneer je het over routes hebt is een Blue-bot ook leuk om te gebruiken. Voor thema boerderij heb ik kaarten gemaakt voor onder de mat. Zelf laat ik de kinderen sommen via het tiental oplossen. Ze programmeren de robot als volgt: De trekker (startpunt) – naar de tussenstappen om de som via het tiental op te lossen – het antwoord – de stal (eindpunt). Een sommenblad met dit type sommen is bijgesloten. 

Natuurlijk zijn er meerdere mogelijkheden om de kaarten te gebruiken. Er zijn kaarten van de getallen 0 tot 20 en een paar blanco om zelf in te vullen.

  • Geef een som- of splitskaart. Programmeer de robot naar het antwoord.
  • Gooi met een 10-kantige dobbelsteen. Vul aan tot 10. 
  • Gooi met een 20-kantige dobbelsteen. Programmeer naar het goede getal (of een buurgetal). 
  • Gooi met meerdere dobbelstenen. Maak hiermee een optelsom én een aftreksom. Programmeer naar beide antwoorden vanaf het startpunt. Schrijf de sommen met antwoorden op. 
  • Geef een kaartje met een geldbedrag. Programmeer naar het goede bedrag. Voor geldkaartjes verwijs ik je naar mijn spellenpakket geld.

 Wat ook een leuk idee is om de kinderen zelf een parcours te laten bouwen van Kapla. Daar moet de blue-bot (als trekker) zich doorheen bewegen van start- naar eindpunt. Lukt dat zonder de muren te raken? 

Puzzelen

Altijd handig om te gebruiken is tangram. Laat de leerlingen zelf experimenteren of gebruik voorbeeldkaarten. Ik heb de keuze vrijgelaten: zelf een boerderijdier maken, een dier namaken van een afbeelding of inspiratie opdoen in het boek de Tangramkat. Het is altijd een goed idee om boeken te gebruiken, ook bij het rekenen. Lees hier meer over in mijn blog Rijke leeromgeving – boeken. 

Naast tangram heb ik de kinderen ook de mogelijkheid gegeven om te puzzelen. Thuis had ik nog 4 trekker puzzels van 50 of 100 stukjes. Hier hebben ze samen aan gewerkt.

Normaal deel ik nooit iets van lezen op mijn site, maar voor deze keer een uitzondering. Een leesspel waarin klankgroepen woorden met een korte klank in voorkomen, zoals: kippen, mussen en trekker. Het is op twee manieren te gebruiken: als memory (afbeelding en zin losknippen) of als domino. Zelf liet ik bij de memory-variant de afbeeldingen eerst eerlijk verdelen. Dit was het lesdoel van deze week. De afbeeldingen mochten de kinderen voor zich neerleggen. Daarna om de beurt een zin pakken en voorlezen. Past de zin bij één van je eigen afbeeldingen? Dan mag je het hebben. Anders terugleggen.

Veel plezier met de materialen!

Rijke leeromgeving: boeken

Rijke leeromgeving: boeken

De afgelopen tijd heb ik me verdiept in een rijke leeromgeving. Maar wat is dat nu eigenlijk? Welke materialen passen daarbij? En wat is mijn rol als leerkracht? In deze serie rondom de rijke leeromgeving start ik met rekenen met (prenten)boeken.

Prentenboeken

In veel prentenboeken zijn rekenhaakjes te herkennen. Dit zijn problemen of conflicten in het verhaal waarin wiskundige begrippen terugkomen. Denk aan tellen, maar ook aan vormen, omvang, verhoudingen en hoeveelheden. Deze rekentaal kan je terug laten komen tijdens het interactief voorlezen van het boek. Er zijn prentenboeken waarin alleen de illustraties al genoeg zijn om rekengesprekken op gang te krijgen. De kracht zit hem echter vooral in het samen beleven en uitdiepen van het verhaal en niet in het ‘tellen om het tellen’ (Anderson, et al, 2005). Hoe kan je dan het beste een prentenboek inzetten?

Interactief voorlezen

Het start met het voorlezen. Dit kan in eerste instantie gewoon voorlezen zijn en een tweede ronde meer interactief. Waarbij er regelmatig vragen gesteld worden over het verhaal. Volgens Damhuis (2008) is de rijkste bron voor het leren van rekentaal een actieve deelname aan rekengesprekken. Stel als leerkracht veel vragen en laat de leerlingen veel denken en redeneren over de mogelijke oplossingen. Laat ook wanneer het mogelijk is experimenteren of de gedachtegang klopt.

Van voorlezen naar de rekenhoek

Zelf leg ik boeken met een rekenhaakje graag in een rekenhoek na het voorlezen. Op deze manier kunnen de leerlingen nog een keer het boek van dichtbij bekijken en het boek verder verkennen. Het boek zelf kan ook ter inspiratie dienen om aan de slag te gaan met de materialen die in de hoek liggen.

Wanneer de kinderen in de hoek spelen kan je de 3V’s inzetten: verkennen, verbinden en verrijken (De Haan, 2012). Verken wat de kinderen met het boek doen en de bijbehorende materialen doet. Verbind je zelf door aan te sluiten en het gedrag te spiegelen. Ten slotte verrijk je het spel door materiaal of een probleem in te brengen of door te gaan op een probleem dat kinderen zelf inbrengen.

Hieronder beschrijf ik een aantal boeken en de mogelijkheden voor in een hoek.

Tangramkat

Het mooi voorbeeld van een rekenprentenboek is de Tangramkat (Rinck & van der Linden, 2016). Dit boek lees ik altijd voor wanneer in de klas de tangrampuzzel wordt aangeboden. Zet het boek vervolgens in de rekenhoek neer met allerlei tangram puzzels. Ter verrijking is het ook leuk om meerdere soorten tangrampuzzels aan te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van een hart of ei.

Spiegelridders

Spiegelridders (Werker & van Look, 2021) is één van de drie Semsom boeken voor groep 1 en 2, maar ook heel goed toepasbaar is in groep 3. Bij het boek zit een spiegel zodat de kinderen het spiegelen kunnen toepassen. Tijdens het lezen van het verhaal moeten de kinderen de rekenvragen in het boek oplossen met een spiegel. Het boek leent zich goed om voor te lezen in een kleine kring en om daarna in een rekenhoek rondom het doel spiegelen neer te zetten. Het voordeel van de Semsom boeken is dat er voorin het boek vragen en suggesties staan om thuis of op school te gebruiken. Meer doen met spiegelen? Lees mijn blog.

1 + 1 = 3

Bij dit boek is voor een interactief gesprek niet geschikt aangezien het voornamelijk een telboek is. Wel heeft dit boek veel mogelijkheden voor in een rekenhoek of tijdens een rekenles. In het boek is er altijd één afbeelding die niet kloppend is bij het getal, de indringer. Komen de kinderen erachter waar de indringer is? Het leuke aan dit boek is dat het niet stopt bij tellen tot 10, maar doorgaat tot 100 met verschillende tientallen en ook sommen laat zien.

Laat de kinderen in een rekenhoek zelf een telposter maken met loose parts waarbij één afbeelding niet kloppend is. Komen de kinderen erachter waar de fout zit? Zelf heb ik dit gedaan bij thema ridders en kastelen. Op een schild of op een kroon maakte de kinderen een eigen telposter met een fout. Bij het natellen is het handig om een goede telstrategie te hebben. Praat met de kinderen over het eenvoudig tellen van de materialen. In welke groepsgrootte is het tellen handig? Zie de afbeelding hieronder:

Ander soort boeken

Naast prentenboeken zijn er natuurlijk nog andere boeken die je kunt gebruiken tijdens de rekenles of in een rekenhoek. Hieronder een aantal voorbeelden.

Doolhoven

Gebruik ook eens boeken met doolhoven in de rekenhoek. Kopieer bladen uit het boek of leg transparante wisbordjes (A3-formaat) bij het boek. Leg daarbij een grote legoplaat, blokjes en knikkers. Wie weet gaan de kinderen zelf een doolhof maken. Het neerzetten van een bee-bot (blue-bot) in een hoek is ook altijd een goed idee. Laat de leerlingen (op de mat) een doolhof maken van blokken. Laat de robot erdoor heen navigeren. Stimuleer de kinderen het gebruik van begrippen als links en rechts. 

Vouwboeken

Ook zeer geschikt om meetkunde mee te stimuleren is vouwen. Leg vouwboeken in de hoek neer en laat de leerlingen zelf een vouwwerk uitkiezen en navouwen. Je kunt natuurlijk ook een vouwreeks ophangen of een vouwwerk wat al af is. Hoe is die gemaakt? Probeer dat te achterhalen. Ik gebruik zelf graag de vouwboeken van Janet de Vink.

Informatieboeken

Leg eens in de bouwhoek boeken neer over bouwen en architectuur. De kinderen kunnen de boeken bekijken en gebouwen nabouwen. Zelf gebruik ik graag de serie van Willewete.

Al met al zijn er veel mogelijkheden om een rijke rekenleeromgeving te creëren met boeken. Ook wanneer je een beperkte ruimte tot je beschikking hebt. Een boek met bijpassende materialen in een bak of op een kast past altijd.

Meer lezen?

Lees mijn review over het boek Met rekenogen bekeken van Rob van Bree en Hanneke van Bree.

In het artikel uit het tijdschrift HJK Rekenen met prentenboeken van Rob van Bree en Hanneke van Bree wordt duidelijk omschreven waarom prentenboeken in de rekenles voordelen hebben. 

Automatiseren van de splitsingen

Automatiseren van de splitsingen

Vanaf de derde periode van het schooljaar ben ik veel bezig met het automatiseren van de splitsingen. Tot de kerstvakantie ligt er veel nadruk op het begrijpen van het concept splitsen en het kunnen uitrekenen van de splitsingen. Na de kerstvakantie werk ik richting het automatiseren, zodat voor de zomervakantie de meeste (en het liefst alle) splitsingen zijn gememoriseerd. In deze blog beschrijf ik mijn aanpak en vind je downloads rondom de splitsing van 10.

Herhaling, herhaling en herhaling

Om tot memoriseren te komen is systematisch herhalen van belang. De splitsingen moeten regelmatig terugkomen voordat ze in het lange termijn geheugen terecht komen. Om dit voor elkaar te krijgen zijn er meerdere mogelijkheden. Gespreid leren is daar één manier van. Na de instructie van een rekenonderwerp, herhaal je het doel op vaste momenten. Deze vaste momenten krijgen wel steeds meer tussentijd. Denk maar aan herhalen op dag 1, 2, 4, 8, 16, 32, …

Het is in ieder geval belangrijk dat je de stof regelmatig terug laat komen. Soms lijkt de leerstof geautomatiseerd, maar is het na verloop van tijd wel weer weggezakt. Denk maar aan de tafels in de bovenbouw. Bij sterke rekenaars moet je extra in de gaten houden of de lesstof daadwerkelijk geautomatiseerd is. Zij zijn vaak een ster in heel snel uitrekenen. Alleen belast dit het werkgeheugen. Iets wat je zoveel mogelijk wilt voorkomen. Herhaling en snelheid verhogen is essentieel.

Het Leitner-systeem

Een aanpak die gespreid leren systematisch organiseert is het Leitner-systeem. Het is een systeem wat werkt met flitskaarten. Op de flitskaart staat aan de voorkant een vraag en op de achterkant een antwoord. De flitskaarten worden vervolgens verdeeld over vier bakken. De kaarten in de eerste bak worden dagelijks geoefend, de kaarten in de tweede bak om de dag, de kaarten in de derde bak wekelijks en de kaarten in de vierde bak eens in de twee weken. Wanneer een som goed wordt opgelost gaat het een bakje verder. Wordt er een fout gemaakt dan gaat het kaartje weer terug naar het eerste bakje.

In de praktijk

Mijn eigen versie van het Leitner-systeem ziet er iets anders uit. De kinderen hebben in de klas drie enveloppen: rood, oranje en groen. De kaartjes in de rode enveloppen oefenen we dagelijks, de kaartjes in de oranje enveloppen 2x in de week en de kaartjes in de groene enveloppen 1x in de week. Wanneer de kaartjes in de groene envelop na verloop van tijd nog steeds goed worden benoemd mogen de kaartjes uit de envelop.  Beheersen ze een splitsing dan mogen ze die nog een keer voor mij opzeggen. Eigenlijk net als de tafels. 

Meer flitskaartjes nodig? In mijn spellenpakketten splitsen, bewerkingen, klokkijken en geld zitten diverse flitskaarten. Ga naar de winkel om de pakketten te bekijken.

Meer lezen over herhaald leren? Lees het artikel Herhalen als leerstrategie. Door oefening vaardig.

En wat na het flitsen?

Elke keer starten we het automatiseren met de flitskaarten. Na de flitskaarten oefenen we standaard 5 minuten (of meer) in een werkboekje. Dit kan met methode materiaal of door zelf bladen samen te stellen. Als voorbeeld voeg ik mijn oefenboekje van de splitsing van 10 toe. In het werkboekje zitten ook twee pagina’s waarin de tiensommen worden geoefend. Hier heb ik bewust voor gekozen aangezien splitsen, optellen en aftrekken met elkaar verband houden.

Na het werken in het werkboekje pas ik nog meer oefenvormen toe om de splitsingen te memoriseren. Dit is natuurlijk ook toe te passen om andere sommen te automatiseren.

Liedjes

In de klas is het liedje Samen 10 van Jeroen Schipper populair.  Op YouTube zijn nog meer liedjes en/of filmpjes te vinden over de splitsing van 10. Daarnaast is het altijd mogelijk om zelf een lied of een rap te maken.

Beweegfilmpje

Rondom de splitsingen zijn er veel beweegfilmpjes in de omloop. Voor de splitsing van 10 heb ik er ook één gemaakt. Bij een beweegfilmpje bewegen de leerlingen terwijl ze de splitsingen oplossen. Dit kan op diverse manieren: joggen, stappen, op één been staan of boksen. Tussendoor verschijnen er korte beweegfilmpjes om na te doen. Tip: wanneer kinderen stil blijven staan om de splitsingen op te lossen zijn de splitsingen nog niet geautomatiseerd. Een beweegfilmpje kan dus direct als observatiemoment dienen.

Spelletjes

Er zijn al veel spelletjes in de omloop om te spelen. Zelf maak ik gebruik van mijn eigen materialen rondom de splitsingen. Er is bijvoorbeeld een totaalpakket voor alle splitsingen. Deze spellen zet ik in om de splitsingen te onderhouden. Naast het spelen van (bord)spellen doen we ook klassikaal spelletjes zoals: tik zo snel mogelijk op het goede antwoord en gooi met de dobbelsteen en vul aan toe 10.

Voor thema winter heb ik een gratis spel gemaakt rondom de splitsingen van 10 en de bijbehorende tiensommen. Hieronder kan je het downloaden:

Buiten

Ook buiten kan je aan de slag gaan om de splitsingen te oefenen. Hieronder zie je twee werkvormen. Het is altijd interessant om Doe Vrijdag te volgen voor meer ideeën.

Estafette

Benodigdheden: printblad (1 per groepje) en stift.

Print de bladen uit. Stop het in een insteekhoes. Verdeel de klas in groepen. Zet de kinderen in een rij achter elkaar. De voorste in rij krijgt een stift. Ren naar het blad. Vul één splitsing in. Ren vervolgens weer terug. Geef de stift aan de volgende in rij. Welk groepje heeft als eerst het blad vol? Laat kinderen die het lastig vinden samen rennen met een andere leerling.

Spring op het getal

Benodigdheden: stoepkrijt

Laat de kinderen de getallen 0 tot 10 op het plein schrijven. Zeg een splitsing. Spring op het goede antwoord. Bijvoorbeeld: 10 kan je splitsen in 10 en … De kinderen springen op de 0. Combineer dit eventueel met de tiensommen: 6 + 4 = … en 10 – 6 = … 

Hiernaast zie je een foto van het spel Spring op het goede getal. Hieronder staat een link naar het printblad voor de estafette.

Al met al is herhaling essentieel. Vandaar dat ik elke dag 15 minuten inrooster om te automatiseren. Na het oefenen van de splitsing van 10 volgen natuurlijk ook andere splitsingen en bewerkingen. Met als einddoel de splitsingen tot 10 aan het eind van groep 3 gememoriseerd.

Wil je meer weten over automatiseren en memoriseren? Lees mijn blog automatiseren en memoriseren of de blog manieren om te automatiseren. Bij deze laatste blog is er een e-book te downloaden met beweegvormen.

Van herfst tot kerst

Van herfst tot kerst

De eerste periode in groep 3 is nu voorbij. Tijd om de vervolgstappen te zetten. Waarbij ik de eerste periode niet tot nauwelijks gebruik maak van werkboeken of werkbladen komt daar in periode 2 verandering in. In deze periode leren de kinderen steeds meer op papier te werken. Dit kunnen werkbladen zijn, onderdelen van een werkboek, wisbordjes of leeg vel (reken)papier. 

Getalbegrip

In periode 1 is er veel aandacht geweest voor getalbegrip tot 20. Vanaf deze periode ligt het accent veel meer op getalbegrip tot 30 (en soms ook al tot 50). Bij getalbegrip staat vooral de volgorde van de telrij centraal, maar ook de buurgetallen, de plek op de getallenlijn en het maken van sprongen. Bij het maken van sprongen gaat het om het handig tellen van sprongen in 2 en 5. Dit komt auditief terug, maar ook op een werkblad. Denk maar aan een werkblad met herfstbladeren, pepernoten of kerstballen. De kinderen maken groepjes van 2 of 5 en tellen in sprongen hoeveel er liggen.

We maken nog steeds veel gebruik van de getalkaartjes. De getalkaartjes 21 tot 30 zijn in het rekenbakje erbij gekomen. Met deze getalkaartjes doen we veel spelletjes. In de blog 10x spel met getalkaartjes kan je hier meer over lezen. Pas het getalgebied zo nodig aan.

Bij mij in de klas is momenteel het volgende spelletje populair: leg de getalkaartjes die je krijgt zo snel mogelijk van klein naar groot (in tweetallen). Wanneer je klaar bent steek je je vinger op. Je krijgt na controle een stapel nieuwe kaarten. Het is een sport geworden om dit zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen en de juf lekker te laten bewegen. Ik start meestal met 5 kaarten. Gaat het goed dan krijgen de tweetallen steeds meer kaarten zodat ze iets langer bezig zijn.

Splitsen

Nu de kinderen weten wat splitsen is gaat het splitsen steeds meer over op formeel niveau. Waarbij materialen nog steeds zijn toegestaan. De kinderen leren splitspalen in te vullen, maar ook dat je splitsingen op diverse manieren kunt weergeven. Daarnaast maak ik veelvuldig gebruik van mijn splitspakketten. Elke week heb ik een extra rekencircuit waarin het splitsen altijd een plek heeft. Vaak staat er elke week één splitsing centraal.

Gratis downloads passend bij deze periode:

Bewerkingen

De begrippen erbij/plus en eraf/min zijn nu bekend. Van het daadwerkelijk uitspelen met de bus stappen we over op het uitwerken met klein materialen (indien nodig) en het noteren van de sommen. Voor de kinderen die de overstap van uitspelen naar klein materialen moeilijk vinden heb ik een minibus met poppetjes in de klas. Deze gebruik ik dan als tussenstap. Belangrijk blijft het controleren of de kinderen snappen wat ze doen. Vragen stellen is hierbij essentieel, denk aan: hoe zie je dat er iets af gaat? Hoe weet ik wat ik moet doen? Wat betekent het = teken?

Wat ik belangrijk vind is dat de kinderen leren dat optellen, aftrekken en splitsen samenhang heeft. Dat je door het beheersen van een splitsing ook sommen op kunt lossen. 10 kan je splitsen in 7 en 3. Dan weet je ook het antwoord op 3 + 7  of 10 – 3. Deze samenhang benoem ik steeds vaker en laat ik ook zien. Vlak voor de kerstvakantie leer ik de kinderen aan dat je met de verliefde harten eenvoudig sommen kunt uitrekenen als: 6 + 7 + 4. Het komt voor dat periode 2 niet zoveel lesweken heeft, dan schuif ik deze sommen door naar periode 3.

Software

Via de software van Ambrasoft rekenen (Mijn Klas) oefenen de kinderen verder met het splitsen en de bewerkingen. Daarnaast gebruiken we de software van Garfield’s Count me In. Deze is gebaseerd op het rekenmuurtje. De kinderen oefenen met getalbegrip, bewerkingen en splitsen.

Meten en meetkunde

De hele en halve uren komen deze periode weer terug. Daarnaast leer ik de digitale tijden van de hele uren tot 12:00 uur aan. De digitale tijden zijn toch de tijden die de kinderen steeds vaker tegenkomen. En mocht iemand eraan toe zijn dan mag die gerust alle digitale tijden leren.

Meestal zet ik het klokkijken tijdens de Sinterklaastijd centraal. Hiervoor heb ik een leuke gratis download beschikbaar. Ga snel naar mijn blog Sinterklaas en rekenen.

Blokkenbouwsels

We starten ook met de blokkenbouwsels. De kinderen leren vanaf een plattegrond blokkenbouwsels te maken, maar ook een plattegrond te koppelen aan een bouwsel.

Vouwen

Elke periode vouwen de kinderen iets n.a.v. een vouwreeks. Dit pas ik altijd aan het thema waarin we werken. Zo maken de kinderen bijvoorbeeld een vouwwerk van Sinterklaas of iets van Kerst.

Gewicht

Wanneer het allemaal lukt dan bied ik ook nog het wegen met de (balans)weegschaal aan. Dit probeer ik altijd zo concreet mogelijk te maken, passend bij het thema. Denk aan:

  • Thema Sinterklaas: hoeveel pepernoten zijn even zwaar als een chocoladeletter
  • Thema herfst: wat weegt meer dan 5 kastanjes? Wat minder?
  • Thema Kerst: leg verschillende formaten kerstballen neer. Leg neer van licht naar zwaar.

Een leuke smartgame om te gebruiken zie je op onderstaande foto. 

Rekenloopspel Kerst

De periode sluit ik af met het rekenloopspel van de Kerst. Wanneer je het rekenloopspel aanschaft krijg je twee varianten: zonder kerstman en met kerstman. Het rekenloopspel van de Kerst is beschikbaar voor groep 3 en 4.