Selecteer een pagina
Van zomer tot herfst

Van zomer tot herfst

Van de zomer tot de herfst

De eerste periode in groep 3 is wat mij betreft de allerleukste periode. Door veel rekendoelen spelenderwijs aan te leren in beweging of in spelvorm zie je dat de overgang van groep 2 naar groep 3 al soepeler verloopt. In deze blog beschrijf ik welke doelen ik tot de herfst globaal hanteer en hoe ik dit in de lessen toepas. 

Getalbegrip

Het schooljaar start ik altijd met een les rondom getalbegrip tot minimaal 20. We tellen, maken sprongen, bepalen de buurgetallen, bedenken waar de getallen op de getallenlijn horen en weten welk getal groter is en welke kleiner. Wanneer je Buurman & Buurman gebruikt als boegbeeld van de kleine Buur (kleine buurgetal) en grote Buur (grote buurgetal) begint het helemaal te leven. Aangezien dit ook doelen van groep 2 zijn (in ieder geval bij ons in groep 2) probeer ik al snel de overstap te maken naar getalbegrip tot 30. 

Spelletjes rondom getalbegrip spelen we met de kaartjes uit het rekenbakje. In de blog 10x spel met getalkaartjes staan allerlei ideeën. Aan het begin van het jaar zitten er alleen kaartjes tot 20 in. Wanneer de klas er klaar voor is vullen we dit aan tot 30. Je kunt ervoor kiezen om direct al de getalkaartjes tot 30 in het rekenbakje te stoppen. Het kan handig zijn om in eerste instantie de kaartjes 21 tot 30 in een andere kleur uit te delen. Later kunnen de kinderen kaartjes wisselen zodat alles weer in één kleur is. 

 

Splitsen

Naast getalbegrip is er in periode 1 ook veel aandacht voor het splitsen. Mijn manier van de splitsingen aanbieden komt overeen met het aanbieden van de tafels. Elke splitsing krijgt een eigen week waarin deze centraal staat. De splitsing bied ik stap voor stap aan: uitspelen met de leerlingen, uitspelen met telmaterialen en fiches. Daarnaast maken de leerlingen zelf rekentekeningen rondom de splitsingen. Waarbij de één nog echt tekeningen maakt, schrijft de ander de splitsingen zo uit. Meer weten? Lees We gaan splitsen!

Tot de herfstvakantie ligt voornamelijk de nadruk op het handelend splitsen. Leerlingen die al meer kunnen mogen natuurlijk ook op formeel niveau oefenen. Voor het formele niveau gebruik ik spellen uit mijn splitspakketten. Elke splitsing van 5 tot en met 10 heeft zijn eigen pakket. 

Bewerkingen

Tijdens het aanleren van de splitsingen benoem ik altijd de relatie met optellen en aftrekken.  Daarnaast introduceer ik het plus- en minteken nog een keer apart. Dit doe ik meestal met bussommen. Het blijft toch leuk om met een bus door de klas te gaan. Vervolgens spelen we het na met de telmaterialen uit het rekenbakje en leren we sommen maken. Het rekenbakje wordt dan aangevuld met de rekensymbolen: +, – en =. 

Meten en meetkunde

Per periode werk ik aan een aantal doelen rondom meten en meetkunde. Vaak start ik met het maken van patronen (meetkunde) en het klokkijken van de hele en halve uren (meten). Tijdens het verloop van een schooldag oefenen we het klokkijken al regelmatig. We beginnen om 9 uur. Dan staat de grote wijzer bij de 12 en de kleine bij de 9. Om half 2 mag je spelen. Dan staat de grote wijzer bij de 6 en de kleine wijzer tussen de één en de twee. Wanneer we dan in de 4e of de 5e week de les met klokkijken staat gaan we vlot van de hele uren (analoog en digitaal tot 12:00 uur) naar de halve uren (analoog).  

Al deze domeinen (en dus lesdoelen) heb ik verdeeld over het aantal weken die er beschikbaar zijn. Hoe je dit kunt doen lees je hier: werken zonder rekenmethode – doelen. 

7 tips met fiches

7 tips met fiches

In het rekenbakje zitten fiches. In deze blog lees je 7 tips wat je met de fiches kunt doen. Zelf heb ik 10 fiches in elk rekenbakje zitten. Ieder kind heeft fiches in één kleur. 

Tip 1:

Gebruik de telfiguren voor het introduceren of aanleren van het principe van splitsen en het maken van plus- en minsommen. Ga van de telfiguren naar de fiches. Zo komt het leren splitsen van concreet naar abstract, richting het formele rekenniveau.

Start het aanleren van splitsen en het maken van sommen met het zelf uitspelen. Denk maar aan de bussommen of het spelen van verstoppertje.

Tip 2:

Oefen splitsingen met de fiches. Bespreek van tevoren met hoeveel fiches er gesplitst gaat worden. Verdeel de fiches, ongezien, over de twee handen. Doe één hand open. De ander mag raden hoeveel fiches er in de gesloten hand zitten. Schrijf vervolgens de splitsing op het wisbordje.

Tip 3:

Gebruik fiches om de stand bij te houden bij een spel. Leuk in combinatie met de materialen uit het rekenbakje.

Je wint een fiche wanneer:

  • Je het grootste getalkaartje pakt.
  • Het minst hebt gegooid met twee dobbelstenen.
Tip 4:

Speel het spel ‘beet!’

Leg beide 10 fiches op de tafel. Spreek van tevoren af welk getal je gaat splitsen. Gooi met één dobbelsteen. Vul dat getal aan tot het afgesproken getal. Zoveel fiches heb je beet en mag je van de ander wegpakken. Ga net zolang door totdat iemand geen fiches meer over heeft. Degene met alle fiches heeft gewonnen.

Tip 5:

Gebruik de fiches bij spellen als bingo voor twee of een dobbelspel. Iedere leerling gebruikt zijn eigen kleur fiches om eenvoudig te zien wie de meeste vakjes heeft veroverd. Gebruik de telfiguren als pion om over het spelbord te gaan.

Tip 6:

Gebruik de fiches bij het tellen.

  • Zeg een getal tot 20. Leg (samen) net zoveel fiches neer.
  • Zeg een getal tot 20. Leg (samen) net zoveel fiches neer in groepjes van 2. Tel daarna samen hardop de groepjes van 2. Dit kan ook in groepjes van 5.
Tip 7:

Speel het spel ‘Leg er een fiche op!’

De leerlingen pakken minimaal 6 willekeurige getalkaartjes uit het rekenbakje. Geef een rekenopdracht. Hebben de leerlingen het getalkaartje met het goede antwoord? Leg er een fiche op! Zijn er te weinig fiches gebruik dan de telfiguren. Wie heeft als eerste alle getalkaartjes bedekt met een fiche?

Denk aan de volgende rekenopdrachten:

  • Grote buurgetal van 12.
  • Dit getal heeft deze buurgetallen: 15 en 17.
  • Kleine buurgetal van 20.
  • Tel verder met een sprong van 2: 8 – 10 – …
  • Het is het antwoord op de som: 6 + 3
  • 10 kan je splitsen in 5 en …?

Meer lezen over tips rondom de materialen in het rekenbakje? Lees de blog 10x spel met de getalkaarten.

Automatiseren en memoriseren

Automatiseren en memoriseren

 Automatiseren is in groep 3 al een belangrijk aandachtspunt. Hiervoor zijn er verschillende drempels te nemen. In deze blog beschrijf ik het verschil tussen automatiseren en memoriseren, hoe je dit inzichtelijk kunt krijgen en lees je welke sommen geautomatiseerd moeten zijn.

Verschil automatiseren en memoriseren

Er is een verschil tussen automatiseren en memoriseren. Bij automatiseren is het toegestaan om een som met 1 tussenstap uit te rekenen of om gebruik te maken van een strategie of somtype. Denk hierbij aan verwisselsom, bijna-verdwijnsom of juist het aanvullen tot 10. Wel binnen een bepaalde tijd (max. 5 seconden).

Bij memoriseren is die stap niet meer toegestaan. De kinderen moeten direct in staat zijn om het goede antwoord te benoemen (max. 2 seconden).

Het rekenmuurtje van Bareka

Rekenen is een stapel vak. Je bouwt het rekenen steen voor steen op. Mist er een steen in het fundament door onvoldoende (vlotte) beheersing, dan mist er een goede rekenbasis. Dit komt meestal in de midden- en bovenbouw tot uiting bij complexere sommen.

Dat rekenen stapelbaar is, is inzichtelijk gemaakt met het rekenmuurtje van Bareka. Het rekenmuurtje is opgebouwd uit fases en drempels. Iedere laag (fase) bestaat uit allerlei bakstenen. Elke baksteen staat voor een som type of getalbegrip. Een aantal stenen zijn heel belangrijk. Dit zijn de drempels die genomen moeten worden. In groep 3 is drempel 1 een belangrijke. Dit zijn de plus-, min- en splitssommen tot 10. In groep 4 komen daar drempel 2 (getalbegrip tot 100) en 3 (bewerkingen over het eerste tiental) bij.

Het is van belang dat eerst drempel 1 is geautomatiseerd. Wanneer je de toetsen van Bareka gebruikt zie je dat aan een donkergroene steen in het muurtje. Wanneer dit het geval is kan het kind verder met de volgende drempel of een nieuwe fase. Op deze manier zorg je ervoor dat er geen hiaten ontstaan. 

Fase 1a staat voor groep 3 en fase 1b komt daarbij voor groep 4. Wanneer je goed kijkt in onderstaande afbeelding van het rekenmuurtje zie je dat er in deze fases al een aantal drempels te nemen zijn.

 Het rekenmuurtje geeft inzicht in de kennis van de leerlingen op power (beheersen ze het – tempo niet belangrijk) en speed (lukt het ook snel en is het geautomatiseerd). De meeste nieuwe rekenmethoden hebben het rekenmuurtje verwerkt in de aanpak rondom automatiseren.

Wij werken nu al een aantal jaar met het rekenmuurtje. Het geeft ons veel houvast en inzicht hoe het automatiseren ervoor staat. Daarnaast zijn er veel mogelijkheden qua toetsing. Kijk vooral eens op de site van het rekenmuurtje om er meer over te weten te komen. 

 Wanneer welke drempel?

Aan het eind van groep 3 moeten de drempels 1a, 1b en 1c geautomatiseerd zijn. Dit zijn dus alle plus- en minsommen tot 10 en de splitsingen tot 10. Begin groep 4 moet dit gememoriseerd zijn. Zelf oefen ik de splitsingen van 10 heel veel aan het begin van groep 3. Het is een mooi streven om de splitssommen al in het midden van groep 3 geautomatiseerd te hebben. Dit scheelt weer tijd aan het einde van groep 3.

In groep 4 moet volgens het rekenmuurtje drempel 1, 2 en 3 in het midden van groep 4 geautomatiseerd zijn. Bij drempel 3 zijn dat de sommen die over het eerste tiental gaan (14 – 7 en 8 + 6). Dit is echt een pittige drempel om te nemen! Het is van belang dat deze drempel eind groep 4 geautomatiseerd is. Begin groep 5 moeten deze sommen gememoriseerd zijn.

 Oefenen en tijd inruimen voor het automatiseren is dus ontzettend belangrijk. Ik schreef al een blog over de manieren waarop je kunt automatiseren. Deze kan je hier vinden.

Het rekencircuit: in groep 3/4

Het rekencircuit: in groep 3/4

 Een rekencircuit in een combinatiegroep kan een uitdaging zijn, maar het is niet onmogelijk. In deze blog staan suggesties hou je het aan zou kunnen pakken. Zelf heb ik geen groep ¾ ervaring. Een aantal tips komen dan ook van leerkrachten die wel deze ervaring hebben. In deze blog staan ideeën hoe ik het zou doen en een lijstje met spel en/of opdrachten die wel spelenderwijs zijn, maar minder ruis opleveren.

Samen waar het kan

Via Instagram kreeg ik een goede tip om rekendoelen te clusteren. Wanneer groep 4 werkt aan sommen met tientaloverschrijding (8 + 5 = …), kan groep 3 tegelijkertijd meedoen met het aanvullen tot 10 (eerst 2 erbij, want 8 en 2 is 10). Een ander voorbeeld: Wanneer groep 4 een lesdoel heeft met de kwartieren, kan groep 3 meedoen met de hele uren. Dit maakt het ook eenvoudiger om een rekencircuit met dezelfde soort spellen te spelen, alleen net even anders. Het enige wat je nodig hebt zijn andere opdrachtkaarten bij een bordspel. Dit sluit aan op mijn eigen visie op een combinatiegroep, namelijk: Samen waar het kan, alleen waar het moet.

Je kunt bovenstaande voorbeeld nog verder doorvoeren. Je kunt twee kinderen uit verschillende groepen samen een spel laten spelen in een rekencircuit. Denk hier maar eens aan de sommen tot 10. Waar groep 4 op snelheid moet rekenen, gaat het bij groep 3 in eerste instantie om rustig en goed. Zo werken ze aan dezelfde leerstof, maar gedifferentieerd op tempo. Het eenvoudigst is om de groepen te clusteren rondom doelen van de domeinen meten en meetkunde.

Hieronder zie je enkele voorbeelden hoe je spel in of buiten de klas samen kunt doen, maar wel op eigen niveau.

Speel somtikkertje

Alle kinderen krijgen een kaartje met een som of een antwoord. Groep 3 krijgt bijvoorbeeld sommen tot 10. Groep 4 oefent de keersommen. Ben je afgetikt? Ga naar een afgesproken plek en zoek degene die bij je hoort (qua antwoord of som).

Speel het spel met de bal

De kinderen van groep 3 gooien de bal en tellen in sprongen van 2. Groep 4 oefent de tafel van 5. 

Voer een rekenparcours uit

De ene groep werkt met getallen tot 100, de ander tot 20. Laat de buurgetallen opschrijven, teken het aantal (met stippen of sprongen) en spring naar de volgende getallen in de getallenrij. 

Organisatie van het rekencircuit

Je kunt op verschillende manieren een rekencircuit organiseren zodat beide groepen spelenderwijs kunnen rekenen, maar er ook rust is tijdens de instructies. Of dat groep 3 ruimte krijgt voor rekenen via spel en/of beweging en groep 4 met het werkboek aan de slag gaat. Ik werk 3 opties uit.

Optie 1: allemaal spelenderwijs leren binnen het circuit

In onderstaand schema zie je dat de groep verdeeld is over vier groepjes: 2 groepjes met leerlingen uit groep 3 en 2 groepjes met leerlingen uit groep 4. Iedere ronde is er een groepje bij de leerkracht. Dit kan je op meerdere manieren inzetten:

  • Het geven van instructie over het lesdoel.
  • Het geven van verlengde of verdiepende instructie.
  • Voor het spelen van een spel rondom het lesdoel.

Het is natuurlijk altijd mogelijk om voor het rekencircuit al instructie te geven. De andere groep is dan aan het werk rondom automatiseren of aan de slag met de herhaling van de vorige dag.

Je ziet op de afbeelding ook een stukje van mijn bordwerk om het inzichtelijk te krijgen. Elke ronde schuift de gekleurde schijf een vakje op. De kinderen weten bij welke kleur ze horen en zien op deze manier wat ze moeten doen of waar ze moeten zijn.

Optie 2: de groep als een geheel

In deze optie heb ik de klassen als één geheel gelaten, maar ze doorlopen wel vier verschillende onderdelen. Bij ronde 1 en ronde 2 is er tijd voor instructie. De andere groep werkt dan aan een rustige, maar ook zelfstandige taak. Denk hier bijvoorbeeld aan de methodesoftware.

In ronde 3 is iedereen aan het werk met een werkblad, het werkboek, een rekenpuzzel of een rekentekening. Dit zorgt voor rust in de groep, zodat je ook nog tijd hebt om eventueel verlengde of verdiepende instructie aan één groepje leerlingen te geven. Bij het laatste onderdeel is iedereen spelenderwijs actief rondom het rekendoel. Voor groep 3 kan je in plaats van het werkboek of een werkblad ook gebruiken maken van de tips verderop in deze blog.

Optie 3:

Hier ben ik ervan uit gegaan dat groep 3 een grotere groep is dan groep 4. Vandaar dat groep 3 verdeeld is over twee groepen. Voor het rekencircuit krijgt groep 3 (werk)instructie en gaat groep 4 automatiseren. Tijdens de rondes rekencircuit van groep 3 krijgt groep 4 een normale rekenles.

Dit zijn een aantal opties die je uit kunt werken. Belangrijkste is dat je gaat proberen wat past. Wat past bij jou, bij de kinderen en bij de school. Je kunt ook variëren binnen de verschillende opties of je eigen optie bedenken!

Speltips voor tijdens een instructie

Hieronder staan nog enkele speltips die je binnen een combinatiegroep eenvoudig in kunt zetten zodat er rust blijft in de klas tijdens de instructiemomenten. 

  • Stip-tot-stip
  • Doolhoven
  • Rekenpuzzels en breinkrakers (gratis download via de NVORWO)
  • Puzzelwerkboekje (eventueel van de methode)
  • Rekenkleurplaten
  • Piccolo
  • Mini Loco
  • Varia
  • Knijpkaarten: wat is het goede antwoord?
  • Domino en memory (eventueel zelfstandig laten uitvoeren)
  • Rekenhoek of themahoek (in de gang)
  • Smartgames
  • Puzzels
  • Blokkenbouwsels
  • IJslollystokjes en wasknijpers met getallen. Knijp de wasknijper op de goede plek van het stokje.

Lees ook mijn algemene blog over het rekencircuit of hoe mijn aanpak is door het gehele schooljaar

Het rekencircuit: door het schooljaar heen

Het rekencircuit: door het schooljaar heen

Om de doorgaande lijn van groep 2 naar groep 3 soepel te laten voorlopen heb ik een rekencircuit in mijn rekenlessen opgenomen. Het rekencircuit is eigenlijk in plaats gekomen van het speel-leer-werkmoment vanuit de groepen 1 en 2. Door het jaar heen komt er in de organisatie van mijn rekencircuit steeds meer verandering. In deze blog laat ik jullie zien hoe deze verandering er in mijn klas uitziet en hoe ik probeer te zorgen voor een goede doorstroming naar groep 4.

Periode 1: zomervakantie tot herfstvakantie

In deze periode leer ik vooral het werken in een circuit aan. Ik neem veel tijd om de organisatie goed neer te zetten. Zodat de wisselmomenten goed verlopen en de kinderen weten wat ik van ze verwacht op het gebied van samenwerken, werkhouding en stemgeluid. Tijdens het rekencircuit laat ik de kinderen voornamelijk rekenspellen spelen of werken met rekenmaterialen rondom een bepaald doel (denk maar aan de splitsbuis bij het leren splitsen). Zelf gebruik ik in deze periode geen werkboeken of werkbladen in het rekencircuit. Wel zo nu en dan een rekenkleurplaat, stip tot stip tekening, doolhof of laat ik de kinderen op een leeg A4-papier zelf rekentekeningen maken. Om het mezelf en de kinderen eenvoudiger te maken gebruik ik vaak materialen vanuit de kleuterklas. Materialen waar de kinderen al bekend mee zijn.

Als leerkracht neem ik in het begin van het schooljaar vaak de observerende rol aan. Ik kijk hoe de kinderen aan het werk zijn en waar mijn hulp nodig is. Ik bekijk of er nog aanpassingen nodig zijn en of ik afspraken aan moet scherpen. Ook kan ik vanuit deze rol observeren of de kinderen de rekenstof al beheersen. Hier gebruik ik het leerlingvolgsysteem van het digikeuzebord voor. Het kan ook zijn dat ik met een groepje kinderen aan mijn instructietafel ga zitten om een spel te spelen rondom het rekendoel of dat ik een spel/software op de iPad uitleg.

Periode 2: Herfstvakantie tot kerstvakantie

In deze periode loopt het rekencircuit meestal goed. De kinderen snappen het ondersteunende bordwerk wat ik gebruik (zie mijn blog het rekencircuit) en ze weten aan welke regels en afspraken ze zich moeten houden. Ik kies er dan ook voor om in deze periode werkbladen toe te voegen. De kinderen moeten immers ook leren werken op papier. Waarom geen werkboeken? Niet alles wat in de werkboeken staat vind ik altijd even nuttig. Ik maak (of zoek) liever een werkblad passend bij het doel. In mijn blog over automatiseren beschreef ik al wat voor werkbladen ik onder andere gebruik.

Spel krijgt nog steeds de meeste aandacht in het rekencircuit. Dit kan bij mij zijn of in tweetallen. Ik werk liever niet met viertallen omdat kinderen dan minder rekenbeurten krijgen. In tweetallen eis ik ook altijd dat de één het antwoord zegt en de ander het antwoord controleert. Voor spel kies ik vaak iets uit mijn eigen pakketten. Dit zijn over het algemeen bordspellen die de kinderen snel herkennen in werkwijze. De kinderen kunnen hier snel mee aan de slag aangezien alle benodigde materialen al in het rekenbakje zitten.

Periode 3: Kerstvakantie tot voorjaarsvakantie

Wanneer de kerstvakantie is geweest komt ook het eerste werkboekje op tafel, namelijk een werkboekje voor het automatiseren. Het automatiseerboekje kan onderdeel zijn van het rekencircuit. Zo laat ik de kinderen wel eens 5 minuten in het werkboekje werken en daarna nog even op de iPad. De iPad is eigenlijk vast onderdeel van het circuit. Hier werken ze met de methodesoftware, rekenapps of met de digitale stempels Kiene Cijfers. Zelf blijf ik actief controleren of de lesdoelen behaald worden tijdens het spel door mee te spelen, te observeren, vragen te stellen of controle opdrachten in te zetten. Extra instructie (verlengde of verdiepende instructie) geef ik op andere momenten op de dag, bijvoorbeeld wanneer de kinderen werken met een strippenkaart.

Periode 4: Voorjaarsvakantie tot meivakantie

Deze periode lijkt qua werkwijze voor de kinderen veel op periode 3. Het enige verschil is dat nu ook de werkboeken van de methode onderdeel kunnen zijn van het circuit. Op deze wijze oefenen ze vast met het werken in de werkboeken. Wel blijft spel nog een belangrijk element.

Mijn eigen rol verandert hier wel sterk. Ik ben zelf (bijna) standaard een onderdeel van het rekencircuit. De kinderen komen in groepjes bij mij langs en geef ik verlengde of verdiepende instructie. De groepen zijn gemixt in niveau. Zo kunnen de kinderen van elkaar leren en zelf differentieer ik waar nodig. De overige kinderen werken zelfstandig aan de opdrachten die zijn gegeven: werkboek, iPad of spel (binnen of buiten). Daarnaast blijf ik tijd reserveren voor extra rekentijd buiten de rekenles voor de kinderen die dit nodig hebben.

Periode 5: Meivakantie tot zomervakantie

Aan het begin van het jaar heb ik geprobeerd om de aansluiting van groep 2 naar groep 3 zo soepel mogelijk te krijgen, in deze periode is het van belang dat ik hetzelfde doe voor groep 3 naar groep 4.  De rekenlessen worden in deze periode meer methodisch. Na de instructie werken de kinderen eerst allemaal tegelijkertijd in het werkboek. Na het werken in het werkboek gaan we over op een rekencircuit. Dit kan een circuit zijn van meerdere dagen. Er is ook vaak een onderdeel wat te maken heeft met automatiseren. In plaats van een rekencircuit sluiten we de rekenles ook wel klassikaal af met een rekenspel. Het liefst buiten natuurlijk!

Zo is er door het jaar heen een verschuiving gekomen in mijn aanpak. Van een rekencircuit met alleen maar spel (en eventueel reken-tekenpapier en software), naar een rekencircuit als afsluiting van het werken in het werkboek. Deze verandering gaat door het jaar heen heel geleidelijk.

Ik merk ook dat de kinderen aan het eind van groep 3 meer behoefte hebben aan rustig kunnen werken in het werkboekje. Waar ze eerst nog wel een werkblad kunnen maken als onderdeel van het circuit komt er op een gegeven moment een kentering. Ik merk dan dat ze behoefte hebben aan rust om te werken. Door het werkboek eerst te doen en vervolgens een rekencircuit of spel wordt er ook aan die behoefte voldaan. Tegelijkertijd sluit ik zo ook weer beter aan bij de werkwijze van groep 4.