Levend stratego

Buiten rekenen met levend stratego! Een super leuk spel om rekenstof te automatiseren. Lees snel verder hoe je deze rekenvariant speelt.

Levend stratego is een bekend kampspel. Het spel is ontleend aan het bordspel Stratego. Een leuk spel, waar ik zelf veel goede herinneringen aan heb. Ik heb het spel vaak gespeeld in allerlei varianten. In deze blog beschrijf ik een rekenvariant voor op het plein. De regels zijn iets anders dan het gebruikelijk spel. Bekijk hier de originele regels.

Doel van het spel

Het oorspronkelijke idee is om de vlag van de tegenpartij te veroveren. In mijn versie van levend stratego is er geen sprake van vlag of bom. Mijn bedoeling is dat kinderen voornamelijk diverse rekenvaardigheden oefenen.

Benodigdheden

Je hebt nodig:

  • Speelkaarten in twee verschillende kleuren.
  • Lintjes voor een team.
  • Twee schatkisten.

De voorbereiding

Speelkaarten

Kies welke rekenstof je de kinderen wilt laten oefenen. Onderaan deze blog kan je twee speelkaarten downloaden met dobbelstenen en dubbelsommen. Wil je andere rekenvaardigheden oefenen met levend stratego? Maak dan zelf kaartjes op twee verschillende kleuren papier.

Teams maken

Maak twee teams. Geef de spelers van één partij een lintje, zodat het duidelijk is wie bij elkaar in een team zit. Zorg voor een startplek voor beide partijen. Plaats op de startplek de schatkist en de eigen speelkaarten. Baken de startplek af met bijvoorbeeld pionnen, dit is een veilige zone.

Het spel spelen

Start van het spel

Als iedereen is ingedeeld en een speelkaart heeft in de eigen kleur, dan begint het spel. De kinderen proberen iemand te tikken van de tegenpartij. Gelukt? Dan laat je elkaar je kaartje zien. De spelers zeggen beide het antwoord van de som op hun speelkaart. Daarnaast controleren ze de tegenspeler. Heb je de hoogste, laagste of een gelijke uitkomst?

  • Hoogste uitkomst. Je wint en krijgt het kaartje van je tegenstander.
  • Laagste uitkomst. Je verliest je kaart.
  • Gelijke uitkomst. Je wisselt van kaart.

De speler die zijn kaartje is kwijt geraakt haalt een nieuw kaartje op bij zijn of haar startplek. De speler die een kaart heeft gewonnen brengt het gewonnen kaartje naar de schatkist. Bij de schatkist kan je niet afgetikt worden (veilige zone).

Het kan best zijn dat je onderweg naar je startplek weer aangetikt wordt. Heb je nog een eigen speelkaart? Dan speel je opnieuw het spel. Je kunt dan weer winnen, verliezen of gelijk spelen. Maar een kaart die je al hebt gewonnen, blijft in je bezit.

Einde van het spel

Het spel is afgelopen als alle speelkaarten van een team in de schatkist van de andere partij liggen. Je kunt het spel dan eventueel nog een keer spelen.

Download speelkaarten

Download hier alvast speelkaarten voor levend stratego. Zodat je snel aan de slag kunt. Ik heb twee varianten gemaakt.

Klik hier voor meer ideeën rondom het buiten rekenen .

Bedankt Emma voor dit leuke idee!

Thema Pasen: bordspel

Voor het thema Pasen heb ik een bordspel gemaakt. Met dit spel oefen je diverse rekenonderdelen:

  • Plus- en minsommen tot 20
  • Splitsingen tot 10
  • Dobbelsteenbeelden aflezen.
  • Verder tellen en terug tellen.
  • Eventueel sprongen van 10 en huppen van 1 (zie hieronder).

Dit spel is prima zelfstandig te spelen. Doe je dit samen met een groepje leerlingen, dan kan je er nog allerlei gerichte vragen bij stellen:

  • Stel je voor dat iedereen nog twee beurten heeft. Wie denk je dat er gaat winnen? Is er een groot verschil in paaseitjes? Kan je nog iemand inhalen? Wat moet er dan gebeuren?
  • Als je drie paaseitjes in moet leveren, hoeveel heb je dan nog over?
  • Als je vijf paaseitjes erbij krijgt, hoeveel heb je er dan? Tot 20 kunnen de leerlingen dit zeker uitrekenen, boven de 20 misschien ook wel… Anders verder tellen: je hebt er 32 en krijgt er 5 bij, dan heb je er 33, 34, 35, 36, 37 (niet weer beginnen bij 0).
  • Je kunt groepjes van 10 laten maken van de paaseitjes. En daarnaast de losse paaseieren. Tellen in sprongen van 10 en huppen van 1.

Voor de liefhebber heb ik er ook 12 leesopdrachten bij gedaan (woorden uit Lijn 3 – thema 9). Daarnaast zijn er ook nog blanco opdrachtkaarten. Je kunt dan zelf de opdrachten samenstellen.

Klik hier voor het bordspel Pasen.

In plaats van paaseitjes zijn ook fiches te gebruiken. De regels staan in het document, maar zijn altijd aan te passen!

Veel speelplezier!

Het rekencircuit

Tijdens de rekenlessen gebruik ik met grote regelmaat een rekencircuit. Hoe je een rekencircuit kunt organiseren lees je in dit blog.

Om tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van deze leeftijdsgroep werk ik graag met een rekencircuit. We werken aan één onderdeel, even bewegen, wisselen en weer aan het werk. Er is afwisseling in het geheel.

Organisatie van een rekencircuit

In het begin van het jaar zijn de onderdelen in het rekencircuit kort en krachtig. Soms maar 10 minuten per keer. Juist dan zet ik in op een goede organisatie. Aan bod komen de verschillende afspraken die ik heb in de groep. Denk onder andere aan:

  • Samenwerking.
  • Zelfstandigheid.
  • Werkhouding.
  • Wat te doen als je klaar bent.

Betere concentratie, minder onrust

Sinds ik in circuitvorm werk, merk ik dat er minder onrust is in de groep. Sommige leerlingen zijn tijdens een normale les snel klaar met hun taak en moeten langere tijd werken aan een klaaropdracht. Mijn ervaring is dat er dan vaak onrust ontstaat, waardoor je als leerkracht niet in alle rust verlengde of extra instructie kunt geven.

Door het werken in een rekencircuit hoeven de leerlingen in principe nooit langer dan twintig minuten (eind groep 3) geconcentreerd aan een onderdeel te werken. Dit is goed te overzien.

Bordwerk

Het rekencircuit ondersteun ik op het bord. In Gynzy heb ik een les rekencircuit aangemaakt. Ik verdeel de leerlingen in groepen. Het ligt aan de grootte van de groep hoeveel onderdelen ik in zet. In een kleine groep zijn het er drie en in een grote groep zijn het er vier (of meer).

In de vakken links schrijf ik de namen. Zo weet ieder kind direct met welk onderdeel hij of zij moet starten. Als de tijd voorbij is, draai ik het rad en gaan de leerlingen naar het volgende onderdeel.

Bordwerk van het rekencircuit
Bordwerk rekencircuit

Circuit onderdelen

Voor het gemak werk ik altijd met een paar vaste onderdelen. Denk hierbij aan de iPad en aan een onderdeel bij mij aan de instructietafel voor verdieping of extra instructie.

Je kunt ook het (digi)keuzebord gebruiken in een circuit. Lees: Digikeuzebord in groep 3.

Variërende onderdelen

De overige onderdelen van het circuit verschillen. In het begin van groep 3 zijn het over het algemeen spellen die ze zelfstandig kunnen spelen. Deze spellen introduceer ik klassikaal of ze zijn al een keer aan bod gekomen in een kleine groep bij mij aan tafel. Twee keer in de week heb ik een hulpoma en die speelt ook vaak rekenspellen, die ik later weer inzet.

Rekenspellen

Inmiddels heb ik een grote collectie spellen verzameld. Het voordeel van het niet werken uit werkboeken, is dat ik van het geld wat ik bespaar spellen koop. Elk jaar groeit hierdoor mijn rekenmateriaal! Spellen die ik vaak gebruik komen o.a. van:

Met Sprongen Vooruit

Rekenspellen van SLO Het voordeel van deze site is dat je de spellen gratis tot je beschikking hebt. Uitprinten, lamineren en klaar. Deze rekenspellen zijn uitgegeven als drempelspellen bij Wizzspel.

Werkbladen en werkboeken

Later in het jaar volgen er werkbladen. Dit doe ik pas na de herfstvakantie. Ik kies voor werkbladen die de leerlingen zelfstandig kunnen maken en die vooral goed passen bij het lesdoel. Werkbladen haal ik overal en nergens vandaan of ontwikkel ik zelf.

Werken in werkboeken

Vanaf de meivakantie komen de werkboeken op tafel. De werkboeken worden dan onderdeel van het rekencircuit. Ik kijk goed welke onderdelen belangrijk zijn. Vaak komt het voor dat er meerdere doelen door elkaar heen lopen of dat de leerstof net niet passend is bij het doel. Hier maak ik dus keuzes in. Ik geef aan in welke volgorde de leerlingen het werk moeten maken. Bijvoorbeeld: eerst som 3, dan som 4 en tot slot som 1. Het belangrijkste onderdeel eerst, vanwege de korte tijd die beschikbaar is.

Differentiatie

Ik denk altijd goed na over de indeling van de groepjes. Zo heb ik altijd een groepje leerlingen die wat meer aan kunnen. Zij krijgen bij mij aan tafel de uitdaging die ze nodig hebben. De intensieve- en basisgroep verdeel ik vaak over de andere twee groepen. Zo kunnen we van elkaar leren!

Voor meer informatie over het rekenen zonder rekenmethode lees je ‘Werken zonder rekenmethode‘ of ‘Werken zonder rekenmethode: de doelen‘.