Dobbelspel: samenstellen van geld

Vier dobbelspelen om te oefenen met het samenstellen van bedragen.

Om het samenstellen van bedragen in te oefenen heb ik een dobbelspel ontworpen. Het spel is geschikt voor groep 3 en 4. Na een korte uitleg kunnen de kinderen er zelfstandig mee aan de slag.

Het dobbelspel

Vanwege de verschillende gelddoelen (methode en de tussendoelen van de SLO) heb ik ervoor gekozen om meerdere varianten van het dobbelspel te maken. Hieronder een korte samenvatting van elke speelkaart.

Spel 1: verzamel dieren

Bij dit spel gaat het om het verzamelen van dieren. Je oefent het samenstellen van bedragen tot 100 euro. Als je bij dit spel 1 gooit heb je extra mazzel, want dan krijg je twee munten!

Spel 2: spullen uit de dierenwinkel

Dit spel heb ik verdeeld in twee niveaus. Met beide kaarten oefen je het samenstellen van bedragen tot 50 euro. Het verschil zit hem in het gebruik van de 50 cent. Deze zit alleen in spel 2A. Je stelt bij deze kaart ook bedragen samen waarin 50 cent zit verwerkt. Denk aan €3,50 of €6,50.

Wil je het spel zonder de 50 cent spelen? Gebruik dan spel 2B.

Spel 3: snoep kopen

Bij het laatste spel gaat het om het samenstellen van bedragen tot 60 eurocent. Dit onderdeel wordt gevraagd in de methode Pluspunt 3, blok 10.

Spelregels en het spel

Download het dobbelspel om bedragen samen te stellen!

De spelregels vind je in het document. Wees vrij om je eigen regels toe te passen. Wat werkt voor jouw groep, werkt toch het prettigst.

Het je geen speelgeld in de groep? Maak dan gebruik van deze printbladen.

Veel speelplezier!

Meer oefenen rondom geld? Speel het thema dieren geldspel

Thema dieren: geldspel

Voor het thema dieren(winkel) heb ik een geldspel gemaakt voor groep 3. Door het spel te spelen oefen je met het tellen van bedragen tot 30 euro.

Dieren-geldspel

Wij werken op school vanaf deze week rondom het thema de dierenwinkel. In dit thema komt het onderdeel geld veel naar voren. Je moet kunnen uitrekenen hoeveel de klant moet betalen, je moet weten hoe je kunt betalen en je moet weten hoe je geld kunt wisselen of teruggeven. Kennis (ophalen) van de biljetten en munten is dus wel raadzaam. Dit gaan we doen met het dieren-geldspel. Dit spel heb ik voor groep 3 gemaakt.

Doelen

Met het dieren-geldspel werk je aan de einddoelen van groep 3 rondom het subdomein meten, onderdeel geld (SLO), namelijk:

    • De leerling kent de munten van 1 en 2 euro en de biljetten van 5 en 10 euro.
    • De leerling kan bedragen tot en met 20 euro samenstellen met munten van 1 en 2 euro en biljetten van 5 en 10 euro.

Drie speelkaarten

Bij het dieren-geldspel heb ik drie speelkaarten gemaakt. De doelen van de SLO gaan tot bedragen van 20 euro, maar er zijn ook leerlingen die meer aan kunnen. Vandaar nog twee andere versies:

    • Kaart 1: ronde bedragen tot 20 euro (zoals €13, €6 en €9).
    • Kaart 2: ronde bedragen tot 30 euro (zoals €27, €12 en €25)
    • Kaart 3: bedragen tot 30 euro – met 50 cent (zoals €16,50, €29 en €8,50).
    • Kaart 4: ronde bedragen tot 12 euro (speciaal voor groep 2). 

Spelregels

Kies de kaart die geschikt is voor jouw leerlingen. Twee kinderen spelen met één kaart. Je hebt voor iedere deelnemer 10 munten nodig. Het ene kind speelt met één euromunten en het andere kind speelt met twee euromunten. Als je aan de beurt bent pak je een speelkaart. Je telt hoeveel geld daarop staat. Is het goed? Dan mag je jouw euromunt op het bedrag leggen op de speelkaart. Is het fout? Dan mag jouw medespeler zijn of haar munt op het goede bedrag leggen.

Variatie

Om het wat spannender te krijgen zitten er ook twee andere speelkaarten in het spel. Een winkaart en een verlieskaart. Je kunt ervoor kiezen om deze kaarten vaker in het spel terug te laten komen (even extra uitprinten).

Winnaar is degene die de meeste munten heeft neergelegd. In het bestand vind je nog twee varianten op het spel.

Download het spel

Veel plezier met het dieren-geldspel.

Kaart 4 is speciaal voor groep 2: ronde bedragen tot 12 euro.

Wil je oefenen met het samenstellen van bedragen? Hiervoor heb ik ook een spel gemaakt: dobbelspel.

Thema Pasen: rekenactiviteiten

Thema Pasen: rekenactiviteiten Een aantal van deze ideeën zijn zeker toepasbaar in een ander thema.

De week voor Pasen heb ik allerlei rekenactiviteiten rondom dit thema uitgevoerd. Een aantal van deze rekenideeën zijn met aanpassingen zeker geschikt voor andere thema’s.

Bordspel

Een aantal weken geleden heb ik een bordspel gemaakt voor Pasen. Natuurlijk kon dit spel niet ontbreken in de klas.

De kinderen van groep 3 heb ik eerst 10 fiches (paaseieren) laten pakken als startkapitaal. Ze kregen daarnaast de opdracht om de fiches in groepjes van 10 en losse neer te leggen. Elke keer als ze de paaseieren gingen tellen moesten ze dit in sprongen van 10 en 2 doen. Bij een oneven getal natuurlijk met een extra hup van 1. Met groep 2 heb ik dit spel ook gespeeld. De opdrachtkaarten heb ik achterwege gelaten.

Het spel vind je hier.

Patronen maken

Aan het begin van het jaar ben ik bezig geweest met het onderdeel patronen. Om deze leerlijn te herhalen heb ik ervoor gekozen om het in een paasjasje te steken. Op een stevig A4 papier tekende ik een groot ei. De kinderen mochten het ei versieren met allerlei materialen. De opdracht was voor groep 2 en groep 3. Aan groep 3 heb ik wel hogere eisen gesteld. Het moesten patronen met verschillende kleuren zijn, maar ook een mix van materialen moest gebruikt worden.

Klik hier voor meer ideeën rondom het maken van patronen.

Pasen vind en tel

Via de site van juf Marjan hadden we het spel ‘Pasen vind en tel’. Aangezien ik met een groep 2/3 werk wil ik waar het kan samen aan de slag. De opdracht heb ik daarom iets aangepast. De kinderen moesten op zoek naar de goede nummers. Ieder drietal begon bij een eigen startgetal (deze omcirkelde ik met whiteboard stift). De kaarten waren namelijk gelamineerd, kunnen we ze volgend jaar weer gebruiken.

Elk groepje ging in de goede volgorde alle kaarten bij langs. Aangekomen bij het goede kaartje moest de groep 2 leerling tellen en de groep 3 leerlingen moesten bij dat antwoord een som bedenken en daarna opschrijven. Natuurlijk mocht groep 2 ook nadenken over sommen of helpen met schrijven. Ik heb mooie samenwerkingen gezien!

Dit idee is natuurlijk heel goed toepasbaar bij allerlei thema’s.

Gooi de dobbelsteen

Zo nu en dan laat ik de kinderen uit groep 2 en 3 werken in een thema werkboekje. In het werkboekje van groep 3 stond een rekenkleurplaat. Dit is altijd een favoriet onderdeel in deze groep. Daarnaast stond er in het boekje een dobbelspel in het teken van Pasen van juf Leontine.

Iedereen mocht zelf kiezen met wat voor een dobbelsteen hij of zij het spel ging spelen. Zo had ik gewone dobbelstenen, maar ook dobbelstenen van 8, 9, 10 en 12. Bij het optellen van 3 getallen werd dit soms een uitdaging… Mooi om te zien dat kinderen zelf goed in kunnen schatten waartoe ze in staat zijn.

Tellen tot 20

Via de site van meester Sander kwam ik op een Tiny Tap Pasen: tellen tot 20. Deze heb ik gebruikt voor mijn groep 2 leerlingen. Iedere kind had een iPad op notities staan. Ik gebruik de iPad vaak als wisbordje. Bij elke opdracht telden de kinderen en schreven het getal op. Het voordeel van deze Tiny Tap was dat er drie antwoordmogelijkheden onder stonden. De kinderen konden de cijfers daarom naschrijven (tekenen).

Vouwreeks

Lokaliseren

Waar ik helaas niet meer aan toe ben gekomen is het onderdeel lokaliseren. Mijn collega had een plattegrond van het kleuterplein gemaakt. Het plan was om in kleine groepjes eieren te verstoppen. Zij moesten dan op de plattegrond aankruisen waar de eieren waren verstopt. Een ander groepje mocht dan gaan zoeken met de plattegrond.

Al met al een week vol met leuke rekenactiviteiten.

Thema Pasen: bordspel

Voor het thema Pasen heb ik een bordspel gemaakt. Met dit spel oefen je diverse rekenonderdelen:

  • Plus- en minsommen tot 20
  • Splitsingen tot 10
  • Dobbelsteenbeelden aflezen.
  • Verder tellen en terug tellen.
  • Eventueel sprongen van 10 en huppen van 1 (zie hieronder).

Dit spel is prima zelfstandig te spelen. Doe je dit samen met een groepje leerlingen, dan kan je er nog allerlei gerichte vragen bij stellen:

  • Stel je voor dat iedereen nog twee beurten heeft. Wie denk je dat er gaat winnen? Is er een groot verschil in paaseitjes? Kan je nog iemand inhalen? Wat moet er dan gebeuren?
  • Als je drie paaseitjes in moet leveren, hoeveel heb je dan nog over?
  • Als je vijf paaseitjes erbij krijgt, hoeveel heb je er dan? Tot 20 kunnen de leerlingen dit zeker uitrekenen, boven de 20 misschien ook wel… Anders verder tellen: je hebt er 32 en krijgt er 5 bij, dan heb je er 33, 34, 35, 36, 37 (niet weer beginnen bij 0).
  • Je kunt groepjes van 10 laten maken van de paaseitjes. En daarnaast de losse paaseieren. Tellen in sprongen van 10 en huppen van 1.

Voor de liefhebber heb ik er ook 12 leesopdrachten bij gedaan (woorden uit Lijn 3 – thema 9). Daarnaast zijn er ook nog blanco opdrachtkaarten. Je kunt dan zelf de opdrachten samenstellen.

Klik hier voor het bordspel Pasen.

In plaats van paaseitjes zijn ook fiches te gebruiken. De regels staan in het document, maar zijn altijd aan te passen!

Veel speelplezier!

Thema kunst: onderzoek doen

Dit jaar heb ik een groep 2/3 combinatie. Een leerdoel van groep 2 is hoeveelheden tot 10, 12 of 20 weergeven in een beeldgrafiek. Dit leerdoel viel samen met het thema kunst waar we nu aan werken, we hebben namelijk een kunstuitleen in de klas gemaakt. Ik volg bij Tessel van der Linde een cursus om spelend te leren te integreren in groep 3. Bij deze cursus komen ook onderzoeksvragen aan te pas.

Ik heb beide zaken gecombineerd. Groep 2 gaat onderzoek doen!

Onderzoeksvraag

De onderzoeksvraag was al vastgesteld, namelijk: ‘wat is de lievelingskleur van de school?’ Ik heb de kinderen laten nadenken over hoe we dit kunnen onderzoeken. Uiteindelijk kwamen ze zelf, tijdens een speel-werkles, met het idee om per klas een blad met hokjes te maken. Iedereen mocht dan één hokje inkleuren met één kleur, de lievelingskleur. De bedenkers hadden al een voorbeeld gemaakt. Nadat iedereen met dit idee eens was hebben we met elkaar de overige formulieren gemaakt. Met acht leerlingen in groep 2 en acht groepen op school was dit een prima klusje. Aangezien er al een voorbeeld was gemaakt voor onze eigen klas, was het laatste formulier voor de juffen en meester.

Maar hoeveel hokjes moet je dan maken? We kwamen erachter dat de grootste klas op school 29 leerlingen telt. We spraken af dat we op elk blad 30 hokjes gingen tekenen. Nadat iedereen het blad af had, zijn we ze gaan bezorgen door de school. Iedereen mocht een keer uitleg geven over het onderzoek en vragen of ze het blad voor ons wilden invullen. Halverwege onze bezorging kregen we de eerste formulieren alweer terug!

Verwerken van de onderzoeksresultaten

Maar dan… hoe gaan we al deze gegevens verwerken? Met een beetje hulp kwamen we op een staafgrafiek. Op het digibord liet ik dit zien bij Gynzy en we werkten een klas hierop uit.

Hierna gingen de kinderen in tweetallen aan de slag met een eigen staafgrafiek. Het werd op een gegeven moment wel lastig: is het lichtblauw of donkerblauw? Is het blauw of groen, rood of oranje? Sommige kleuren leken veel op elkaar. Uiteindelijk waren alle staafgrafieken ingekleurd en gingen we voorspellingen doen welke kleur de winnaar zou zijn. Algauw werd duidelijk dat één kleur wel heel vaak was gekozen… en een aantal kleuren heel weinig.

Levende staafgrafiek

Tijdens de buitenlesdag zijn we op het plein alle kleuren uit gaan stappen, met behulp van groep 3. Ik had per kleur een briefje gemaakt met steeds het aantal passen wat gezet moest worden.  Uiteindelijk kwam iedere groep 2 leerling op een tegel uit. Een aantal groep 3 leerlingen wilden het zeker weten en lieten het nog een aantal keer nalopen. Tot slot hadden we een levende staafgrafiek gemaakt en werden onze vermoedens bevestigd. De kleur lichtblauw was het vaakst gekozen, met een gedeelde tweede plaats voor donkerblauw en roze.

Presenteren van het onderzoek

Bij de opening van de Grote Rekendag hebben we de resultaten gepresenteerd, zodat de hele school op de hoogte is van de lievelingskleur van onze school. Het grappige was dat de lievelingskleuren ook erg uit verhouding waren, net als het thema van de Grote Rekendag zelf. Tips over de Grote Rekendag las je hier. Lichtblauw was verreweg het vaakst gekozen, zwart, zilver en goud maar heel weinig. Hoe mooi kan het zijn! Het sluit allemaal weer mooi op elkaar aan.

Doelen waar we aan gewerkt hebben

Door te werken aan dit onderzoek hebben we aan diverse doelen gewerkt, o.a. aan:

  • Hoeveelheden tot en met 10, 12 en/of 20 kunnen weergeven in een beeldgrafiek.
  • Telt (on)gestructureerde hoeveelheden tot en met 20 (en vaak ook verder).
  • Meer, minder, evenveel

Maar ook taaldoelen kwamen langs, zoals:

  • Verwerkt informatie en brengt mondeling verslag uit.
  • Kan een idee verwoorden, mening geven.

Dit onderzoek (of een ander) is natuurlijk ook heel geschikt voor een groep 3.